Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [v-nummer], eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Kurdistan Regional Governmenten de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 5 november 2025. [3]
hate speechjegens Jezidi’s maakt het voorgaande niet anders. Verder verwijst eiseres naar een uitspraak van deze rechtbank, waaruit volgt dat in een rapport is opgenomen dat Jezidi’s in de KAR worden blootgesteld aan discriminatie, gedwongen assimilatie, detentie en deportatie. [9] Zoals verweerder in het bestreden besluit terecht heeft gesteld, ziet het rapport niet op haar eigen situatie en kan het daarom niet tot een andere conclusie leiden. Eiseres stelt terecht dat doordat zij als Jezidi heeft moeten vluchten voor de genocide in dit geval een zwaardere bewijslast geldt voor verweerder als bedoeld in artikel 31, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiseres is als Jezidi in Irak eerder immers rechtstreeks bedreigd met vervolging. Verweerder heeft met de hiervoor weergegeven motivering echter aan de zwaardere bewijslast voldaan.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op om binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868,-.