Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres I] , V-nummer: [V-nummer 1] , eiseres I
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
“further elements of dependency involving more than normal emotional ties”). Daarbij moet worden gekeken naar verschillende elementen, waaronder of de gezinsleden hebben samengewoond, de mate van financiële afhankelijkheid, de mate van emotionele afhankelijkheid, de medische omstandigheden en de banden met het land van herkomst. Het betreft een beoordeling van feitelijke aard. Verweerder moet een op het specifieke geval toegespitste beoordeling maken van alle door de vreemdeling aangedragen feiten en omstandigheden die maken dat er bijkomende elementen van afhankelijkheid kunnen bestaan. De bestuursrechter moet vervolgens het onderzoek van verweerder naar de door de vreemdeling aangedragen relevante feiten en omstandigheden en de gegeven motivering over of er gezinsleven bestaat, volledig toetsen. Bij de weging van de elementen heeft verweerder beoordelingsruimte. De uitkomst van de beoordeling of er bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan, toetst de bestuursrechter daarom enigszins terughoudend. [5]
“more than normal emotional ties”). Ook eiseressen hanteren nog deze terminologie. Inmiddels wordt uitgegaan van de bijkomende elementen van afhankelijkheid (BEVA) die de meer dan gebruikelijke emotionele banden overstijgen, overeenkomstig het toetsingskader zoals hiervoor is weergegeven. Voor de vraag of sprake is van beschermingswaardig gezinsleven, worden de feiten en omstandigheden op dezelfde wijze beoordeeld. De rechtbank gaat in deze uitspraak uit van de nieuwe terminologie.
“personal close ties”) tussen eiseres I en haar kleinkinderen (de kinderen van referent). Daarmee is sprake van beschermingswaardig gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van Pro het EVRM. In die situatie is verweerder verplicht een belangenafweging te maken tussen de belangen van de Nederlandse staat enerzijds en de belangen van eiseres I en de kinderen van referent anderzijds. De rechtbank toetst zonder terughoudendheid of de staatssecretaris alle feiten en omstandigheden kenbaar bij zijn belangenafweging heeft betrokken. De uitkomst van de door de staatssecretaris gemaakte belangenafweging moet de bestuursrechter enigszins terughoudend toetsen. [9]