Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
Overwegingen
2. De discriminatie vanwege eisers religie, het zijn van jezidi;
3. Eisers politieke mening over het handelen van de Iraakse en Koerdische overheid.
Beoordeling door de rechtbank
In de verslagperiode leidde het besluit over sluiting van de ontheemdenkampen tot terugtrekking van hulp en het vertrek van verschillende (internationale) humanitaire hulporganisaties. Hoewel het besluit werd uitgesteld beïnvloedde het de financiering van hulp voor de kampen. In 2025 volgden kortingen van de regering van president Trump ten aanzien van de Amerikaanse internationale ontwikkelingshulporganisatie U.S. Agency for International Development (USAID), waardoor de financiering van veel (lokale) hulporganisaties stopte of terugliep. Het financiële tekort dwong velen van hen hun activiteiten te staken. Dit resulteerde in een gebrek aan basisvoorzieningen, gebrek aan medische zorg, gebrek aan psychosociale ondersteuning en slechte leefomstandigheden in de kampen. Zo verslechterde volgens een bron de algehele situatie in enkele ontheemdenkampen (Khanke, Essyan, Sharia, Kabarto I, en Kabarto II) in de omgeving van Duhok tijdens de verslagperiode. [21] Ook meldt het TAB [22] specifiek ten aanzien van het ontheemdenkamp Kabarto II dat er in september 2025 geen drinkwater was en men afhankelijk was van chloor- en watertanks. Dit vormde een gezondheidsrisico. Verweerder heeft in het verweerschrift, noch ter zitting, hierover een standpunt ingenomen. De verwijzing naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam van 6 november 2025 [23] treft geen doel nu daarin het TAB niet is betrokken. Dat geldt ook voor de andere uitspraken waar verweerder in dit verband naar verwijst in het verweerschrift. In het licht van deze informatie is de rechtbank van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de KAR als normale woon- of verblijfplaats van jezidi’s uit de Sinjar-regio kan worden aangemerkt. De rechtbank is ook van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de huidige situatie in de ontheemdenkampen niet maakt dat eiser bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM zoals volgt uit het arrest Sufi en Elmi [24] . Met de verwijzing naar het TAB heeft eiser aannemelijk gemaakt dat er ernstige twijfels zijn of eiser bij terugkeer naar het ontheemdenkamp in de KAR in staat zal zijn ‘
to cater for his most basic needs, such as food, hygiene and shelter, his vulnerability to ill-treatment and the prospect of his situation improving within reasonable timeframe’ [25] . Dit betekent dat sprake is van een motiveringsgebrek.