ECLI:NL:RBDHA:2026:1236
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag minderjarige met internationale bescherming in Roemenië vernietigd wegens onvoldoende belangenafweging
Eiser, een minderjarige Somalische asielzoeker, diende op 22 maart 2023 een asielaanvraag in in Nederland. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser internationale bescherming geniet in Roemenië, waar hij sinds 14 december 2022 een verblijfsvergunning heeft. Eiser betwistte dit en voerde onder meer aan dat hij gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat zijn status in Roemenië niet meer zou worden tegengeworpen en dat er onvoldoende rekening was gehouden met zijn minderjarigheid en binding met Nederland.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het interstatelijk vertrouwensbeginsel terecht toepaste en dat er geen sprake was van gerechtvaardigd vertrouwen. Wel stelde de rechtbank vast dat verweerder onvoldoende en onvoldoende gemotiveerd rekening had gehouden met de bijzondere omstandigheden van eiser, die sinds zijn asielaanvraag in Nederland naar school gaat, Nederlands spreekt en een sociaal leven heeft opgebouwd. De belangenafweging over de gevolgen van terugkeer naar Roemenië was ondeugdelijk gemotiveerd.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser. De rechtbank kon het geschil niet finaal beslechten omdat verweerder een nieuwe belangenafweging moet maken.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is vernietigd wegens ondeugdelijke belangenafweging over de binding van eiser met Nederland.