ECLI:NL:RBDHA:2026:12477
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank beoordeelt dat Nederland op 4 december 2025 een verzoek tot terugname aan Duitsland heeft gedaan, dat op 5 december 2025 is aanvaard. Eiser stelde dat de minister onzorgvuldig handelde en het motiveringsbeginsel schond door niet in te gaan op zijn bezwaren tegen overdracht naar Duitsland. De rechtbank oordeelt dat het besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is, waarbij de minister de individuele omstandigheden heeft betrokken.
Eiser voerde aan dat er ernstige tekortkomingen zijn in de Duitse asielprocedure en opvang, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt. De rechtbank stelt dat eiser deze stellingen onvoldoende heeft onderbouwd en dat de minister terecht uitgaat van het vertrouwensbeginsel, mede omdat eiser eerder opvang en een beslissing in Duitsland heeft ontvangen.
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond, handhaaft het besluit en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.