ECLI:NL:RBDHA:2026:12562
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 7 mei 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag en Nederland een verzoek tot terugname aan Kroatië had gedaan dat was aanvaard.
Eiser voerde aan dat Kroatië niet betrouwbaar is vanwege slechte opvangomstandigheden en ontoereikende medische zorg, onderbouwd met persoonlijke ervaringen en het AIDA-rapport 2025. Ook stelde hij dat overdracht aan Kroatië een reëel risico voor zijn gezondheid inhoudt en dat de minister individuele garanties had moeten vragen.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, mede gelet op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het feit dat eiser onvoldoende onderbouwing leverde voor zijn beweringen. De minister hoefde geen individuele garanties te vragen omdat er geen sprake is van een reëel risico op ernstige en onomkeerbare gezondheidsschade. Ook was de motivatie van de minister voldoende om de aanvraag niet onverplicht in behandeling te nemen.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor het besluit van de minister in stand blijft en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.