Eiser, een Nigeriaanse staatsburger van de Eshan bevolkingsgroep, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij vanwege de dood van zijn vader, mishandeld door moslims, en zijn demonstraties tegen geweld, vreest voor vervolging bij terugkeer. De minister wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas en een strafrechtelijke veroordeling in Italië voor drugshandel, wat een gevaar voor de openbare orde vormt.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht het asielrelaas ongeloofwaardig achtte, mede vanwege het ontbreken van onderbouwende documenten, de twijfelachtige echtheid van een politiedocument en wisselende verklaringen over data en socialmediagebruik. Het medisch advies was aanwezig en zorgvuldig aangeboden. De minister heeft het referentiekader en de Werkinstructie 2024/6 correct toegepast.
Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft. De strafrechtelijke veroordeling in Italië en het opgelegde inreisverbod ondersteunen het besluit tot afwijzing als kennelijk ongegrond. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.