Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WIA-uitkering te beëindigen per 16 maart 2025. Het UWV besloot niet tijdig op het bezwaar, waarop eiseres beroep instelde wegens het uitblijven van een beslissing. De rechtbank stelde vast dat het UWV de beslistermijn had overschreden en dat het beroep gegrond was.
De rechtbank overwoog dat in zaken waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, het UWV in beginsel zes weken krijgt om de medische beoordeling te verrichten en vervolgens drie weken om een besluit te nemen, in totaal dus negen weken na verzending van de uitspraak. Dit is een bijzonder geval conform artikel 8:55d, derde lid, Awb, mede vanwege structurele tekorten aan verzekeringsartsen.
Het UWV had nog geen datum voor de medische beoordeling kunnen geven, waardoor de rechtbank het UWV opdroeg binnen negen weken na verzending van de uitspraak alsnog een beslissing te nemen. Tevens legde de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.