Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 194 (honderdvierennegentig euro) moet vergoeden;
€ 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De aanvraag werd ingediend op 17 februari 2024, terwijl de minister uiterlijk op 17 augustus 2024 had moeten beslissen. De minister stelde de beslistermijn met drie maanden verlengd, maar heeft geen besluit genomen. Eiseres stelde de minister rechtsgeldig in gebreke op 24 december 2024 en diende het beroep in op 13 november 2025, tijdig volgens de Awb.
De minister voert aan dat het fifo-principe wordt gehanteerd voor de behandeling van nareisaanvragen, waardoor de aanvraag van eiseres naar verwachting pas in juni 2026 in behandeling wordt genomen. De rechtbank oordeelt dat dit geen reden is om het beroep aan te houden of een ruimere beslistermijn toe te passen dan de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijnen. De rechtbank legt daarom een termijn van acht weken op waarbinnen een besluit moet worden genomen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
De rechtbank bepaalt een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 voor elke dag dat de termijn wordt overschreden. Tevens veroordeelt zij de minister tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van € 1.442, vergoeding van het griffierecht van € 194 en proceskosten van € 467 aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 21 mei 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt de minister een termijn en dwangsom op om binnen acht weken een besluit te nemen.