ECLI:NL:RBDHA:2026:13591
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag vernieuwing verblijfsdocument op grond van arrest Chavez-Vilchez
Eiser, een Ghanese nationaliteit dragende vader van een Nederlands minderjarig kind, heeft een aanvraag ingediend voor vernieuwing van zijn verblijfsdocument op grond van het arrest Chavez-Vilchez. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij meer dan marginale zorg- en opvoedingstaken verricht voor zijn kind en dat er een daadwerkelijke afhankelijkheidsrelatie bestaat.
De rechtbank overwoog dat eiser sinds 9 augustus 2018 niet meer op hetzelfde adres als zijn kind woont en dat de overgelegde bewijzen, zoals Uber-ritten, geldovermakingen en foto’s, onvoldoende zijn om meer dan marginale zorgtaken aan te tonen. Ook de verklaringen van de moeder en buurtbewoners boden onvoldoende objectieve ondersteuning.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat een scheiding onevenredige gevolgen voor het kind zal hebben, mede omdat het kind haar hoofdverblijf bij de moeder heeft en de moeder de primaire verzorger is. De belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro leidde tot het oordeel dat het belang van de Nederlandse overheid zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van eiser.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot vernieuwing van het verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.