Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent met een asielvergunning. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
De aanvraag werd ingediend op 13 september 2023. De minister moest binnen 90 dagen beslissen, met een verlenging van drie maanden, dus uiterlijk 12 maart 2024. Deze termijn is verstreken zonder besluit. De ingebrekestelling vond plaats op 21 februari 2025, waarna het beroep op 10 maart 2025 tijdig werd ingesteld. De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond.
De rechtbank legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd bij overschrijding. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en de rechtbank Arnhem voor de motivering van de langere beslistermijn bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier P. Lukanika op 26 mei 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn en dwangsom op aan de minister voor het niet tijdig nemen van een besluit.