Werknemer, sinds 2000 in dienst en algemeen directeur van [bedrijf], verzocht de kantonrechter om een hogere transitievergoeding, uitbetaling van openstaande vakantie-uren, een jubileumuitkering en een bonusuitkering. Hij stelde dat de door werkgever berekende transitievergoeding te laag was, dat vakantie-uren onterecht waren verrekend, en dat hij recht had op jubileum- en bonusuitkeringen.
Werkgever betwistte deze aanspraken en stelde dat de transitievergoeding correct was berekend, dat vakantie-uren onterecht waren uitbetaald en verrekend, en dat geen recht bestond op jubileum- en bonusuitkeringen vanwege het ontbreken van schriftelijke afspraken en het niet volledig in dienst zijn gedurende het bonusjaar.
De kantonrechter oordeelde dat de transitievergoeding van €133.843,00 correct was berekend en dat de hogere vordering van werknemer werd afgewezen. De uitbetaling van 506,72 vakantie-uren werd afgewezen omdat werknemer onvoldoende onderbouwde dat hij recht had op meer uren dan door werkgever verantwoord. De jubileumuitkering werd afgewezen wegens gebrek aan schriftelijke verplichting of gedragslijn. De bonusuitkering over 2025 en 2026 werd afgewezen omdat werknemer niet het gehele boekjaar in dienst was geweest en geen bonusgarantie bestond.
De kantonrechter veroordeelde werknemer in de proceskosten van €1.009,00 en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.