Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 7 juli 2025 waarin zij werd afgewezen voor een Wajong-uitkering. Het UWV heeft niet tijdig op het bezwaar beslist, waardoor eiseres beroep instelde bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn van negen weken, zoals bepaald in artikel 8:55d Awb, is overschreden en dat het UWV geen besluit heeft genomen ondanks ingebrekestelling. Het UWV gaf aan dat de overschrijding te wijten is aan een tekort aan verzekeringsartsen, wat volgens de rechtbank een bijzonder geval vormt.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat het UWV in dergelijke medische zaken zes weken krijgt voor de medische beoordeling en drie weken voor het nemen van een besluit, tezamen negen weken. Omdat het UWV niet heeft aangegeven wanneer de medische beoordeling zal plaatsvinden, wordt het UWV opgedragen binnen negen weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast wordt het UWV een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het besluit uitblijft. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres.