Eiseres, de garantstellende verzekeraar van een ex-werkneemster, verzocht op 13 oktober 2023 om herbeoordeling van het recht op een WIA-uitkering. Het UWV heeft niet binnen de wettelijke termijn van negen weken beslist, ondanks een ingebrekestelling op 9 januari 2024. De rechtbank ontving het beroepschrift op 15 april 2026 en verklaart het beroep gegrond wegens het uitblijven van een beslissing.
Het UWV gaf aan dat de overschrijding van de beslistermijn te wijten is aan een tekort aan verzekeringsartsen. De rechtbank erkent dit als een bijzonder geval en verwijst naar eerdere uitspraken waarin een termijn van negen weken wordt gehanteerd, verdeeld in zes weken voor medische beoordeling en drie weken voor besluitvorming. Omdat het UWV geen concrete datum voor de medische beoordeling kon geven, legt de rechtbank deze termijn op.
De rechtbank bepaalt dat het UWV een dwangsom van €100 per dag moet betalen voor elke dag dat de beslissing uitblijft, met een maximum van €15.000. Tevens wordt het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoed. De uitspraak is gedaan zonder zitting en het UWV wordt opgedragen binnen negen weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen.