ECLI:NL:RBDHA:2026:14784
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdelingenbewaring
Eiseres is op 10 mei 2026 aan de grens Nederland binnengekomen en heeft een verzoek om internationale bescherming ingediend terwijl zij niet aan de toegangsvoorwaarden voldeed. Naar aanleiding hiervan is een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiseres stelde dat de maatregel onrechtmatig was, onder meer vanwege onvoldoende motivering, het ontbreken van een rechtsgeldige ondertekening en haar persoonlijke omstandigheden zoals psychische klachten en haar relatie met een partner met een asielvergunning.
De rechtbank oordeelt dat de maatregel rechtsgeldig is ondertekend, ondanks het gebruik van een vervangende ondertekenaar vanwege een niet-functionerende smartcard. Tevens is vastgesteld dat de maatregel terecht is opgelegd omdat eiseres niet aan de toegangsvoorwaarden voldeed en het grensbewakingsbelang een vrijheidsontnemende maatregel rechtvaardigt. De rechtbank acht de motivering van de maatregel voldoende en wijst erop dat verweerder niet verplicht is om zware en lichte gronden te motiveren in deze situatie.
De persoonlijke omstandigheden van eiseres, waaronder haar medische klachten en relatie, wegen niet zwaarder dan het grensbewakingsbelang. Er is geen bewijs dat zij niet adequaat medisch kan worden behandeld in detentie en haar partnerrelatie rechtvaardigt geen afwijking van de maatregel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.