ECLI:NL:RBDHA:2026:15468
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering veiligheidssituatie Syrië
Eiser, afkomstig uit de regio Al-Hasaka in Syrië en lid van de Koerdische Democratische Eenheid Partij, diende op 20 december 2024 een asielaanvraag in. De minister wees deze op 22 januari 2026 af en legde een terugkeerbesluit op. Eiser voerde aan dat de minister onvoldoende rekening hield met de actuele veiligheidssituatie en humanitaire omstandigheden in Syrië, met name in Noordoost-Syrië.
De rechtbank oordeelt dat de minister zijn standpunt over de veiligheidssituatie onvoldoende heeft gemotiveerd, mede gelet op eerdere uitspraken waarin werd vastgesteld dat ook humanitaire omstandigheden moeten worden betrokken bij de beoordeling van het risico op ernstige schade. De minister baseerde zich op een ambtsbericht en beleidsnota's die volgens de rechtbank niet voldoende rekening houden met recente ontwikkelingen en de fragiele situatie in Syrië.
Daarom kan niet worden vastgesteld dat eiser geen reëel risico loopt bij terugkeer. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd.