ECLI:NL:RBDHA:2026:15472
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag Syrië wegens onvoldoende motivering veiligheidssituatie
Eiser, afkomstig uit de provincie Hama in Syrië, diende op 23 december 2023 een asielaanvraag in die door de minister op 3 februari 2026 werd afgewezen. De minister baseerde zich op het standpunt dat in Syrië, inclusief Hama, sprake is van de laagste gradatie van willekeurig geweld, waardoor eiser geen reëel risico op ernstige schade zou lopen bij terugkeer.
Eiser voerde aan dat hij vanwege zijn etnische en religieuze achtergrond, zijn werkzaamheden en uitingen op Telegram gevaar loopt. Hij stelde dat de minister de veiligheidssituatie in Syrië onvoldoende had gemotiveerd, mede verwijzend naar eerdere uitspraken van de rechtbank en rapporten van de Human Rights Council.
De rechtbank oordeelde dat de minister zijn standpunt over de veiligheidssituatie onvoldoende had gemotiveerd, waardoor niet duidelijk is of eiser een reëel risico loopt. Ook kon de rechtbank daardoor niet beoordelen welke individuele omstandigheden een verhoogd risico opleveren. Het beroep werd daarom gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen acht weken, rekening houdend met deze uitspraak.
Daarnaast werd eiser een proceskostenvergoeding van €1868 toegekend. De overige beroepsgronden behoefden geen bespreking meer vanwege het gegrond verklaren van het beroep op de motiveringsgrond.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende motivering van de veiligheidssituatie in Syrië en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen.