In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, wordt het beroep van eiser tegen de minister van Asiel en Migratie behandeld. Eiser had eerder een beroep ingesteld dat gegrond werd verklaard, waarbij de minister werd opgedragen om binnen twee weken een besluit te nemen op de asielaanvraag. De minister heeft echter niet tijdig beslist, wat aanleiding gaf tot dit opvolgende beroep. De rechtbank oordeelt dat de minister opnieuw een beslistermijn moet krijgen, waarbij rekening wordt gehouden met het '8+8 wekenmodel'. De rechtbank legt een termijn van vier weken op voor de minister om alsnog een besluit te nemen. Indien de minister deze termijn overschrijdt, moet hij een dwangsom van € 100,- per dag betalen, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet de minister de proceskosten van eiser vergoeden, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is openbaar gemaakt op 7 januari 2026.