ECLI:NL:RBDHA:2026:15600
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.C. Harting
- G.A. Bouter - Rijksen
- Y.E. Schuurmans
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning en oplegging inreisverbod wegens gevaar voor openbare orde na ernstige drugsmisdrijven
Eiser, een in Nederland geboren Marokkaanse staatsburger met een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd sinds 2001, is meermalen veroordeeld voor ernstige drugsmisdrijven en lidmaatschap van een criminele organisatie. De minister van Asiel en Migratie heeft zijn verblijfsvergunning met terugwerkende kracht ingetrokken en een inreisverbod van tien jaar opgelegd vanwege het gevaar dat eiser vormt voor de openbare orde.
Eiser voerde aan dat de intrekking in strijd is met artikel 8 EVRM Pro en dat verweerder niet het juiste toetsingskader heeft gehanteerd, met name het criterium van zwaarwegende redenen voor settled migrants. De rechtbank oordeelt dat verweerder het juiste kader heeft toegepast en alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder de aard en ernst van de misdrijven, het risico op recidive en de mate van binding met Nederland en Marokko, voldoende heeft meegewogen.
De rechtbank stelt vast dat eiser geen beschermingswaardig familieleven in Nederland heeft en dat het belang van de openbare orde zwaarder weegt dan zijn belang bij het gezins- en privéleven. Ook het opleggen van het inreisverbod is volgens de rechtbank voldoende gemotiveerd en in lijn met jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en het opleggen van het tienjarige inreisverbod wordt ongegrond verklaard.