ECLI:NL:RBDHA:2026:16094
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De aanvraag was ingediend op 4 januari 2024, terwijl de minister uiterlijk 3 juli 2024 had moeten beslissen. Omdat de minister niet tijdig heeft beslist en rechtsgeldig in gebreke is gesteld, is het beroep tijdig en gegrond.
De rechtbank stelt vast dat bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is. De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van €50 per dag opgelegd met een maximum van €15.000, waarvan reeds €1.442 is verbeurd. De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van deze dwangsommen en tot vergoeding van het griffierecht van €194. Het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat niet is vastgesteld dat de rechtsbijstand beroepsmatig is verleend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.