ECLI:NL:RBDHA:2026:16112
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft meerdere keren beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij zijn echtgenote. De rechtbank heeft eerder al twee keer het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen een bepaalde termijn een besluit te nemen. Ondanks deze uitspraken heeft verweerder nog steeds geen besluit genomen.
Verweerder voert aan dat de aanvraag volgens het FIFO-principe wordt behandeld en verwacht dat de aanvraag in augustus 2026 in behandeling wordt genomen. De rechtbank oordeelt echter dat de wettelijke beslistermijn van twee weken niet kan worden overschreden en legt een dwangsom op van € 50 per dag met een maximum van € 15.000 om verweerder te stimuleren alsnog binnen twee weken een besluit te nemen.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en de proceskosten. De rechtbank benadrukt dat eerdere dwangsommen onvoldoende effect hebben gehad en dat de termijn strikt moet worden nageleefd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twee weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.