ECLI:NL:RBDHA:2026:16244
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, met Turkse nationaliteit, verzoekt de rechtbank om het besluit van de minister van Asiel en Migratie te vernietigen waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat lidstaten hun verdragsverplichtingen nakomen. Eiser slaagt er niet in aannemelijk te maken dat hij bij overdracht aan Duitsland een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro.
Ook is niet gebleken dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld of onvoldoende gemotiveerd heeft waarom geen gebruik is gemaakt van de discretionaire bevoegdheid uit artikel 17 Dublinverordening Pro. De omstandigheden die eiser aanvoert zijn onvoldoende onderbouwd en niet bijzonder genoeg om overdracht te weigeren.
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af wegens het ontbreken van connexiteit. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter D.C. Laagland.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.