Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 4 september 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde termijn van twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Zij legt een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de minister de nieuwe beslistermijn overschrijdt. Deze termijn is vastgesteld op zestien weken, conform het '8+8 wekenmodel' zoals gehanteerd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.