ECLI:NL:RBDHA:2026:16586
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag wegens ontbreken bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen moeder en dochter
Eiseres diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om als familie- of gezinslid bij haar dochter te verblijven. De minister wees deze aanvraag af omdat er geen sprake was van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro, aangezien de gebruikelijke emotionele banden niet werden overstegen door bijkomende elementen van afhankelijkheid.
De rechtbank toetste het besluit en concludeerde dat het samenwonen in het verleden niet voldoende is om van dergelijke bijkomende afhankelijkheid te spreken, zeker nu eiseres en haar dochter al ruim tien jaar gescheiden leven en eiseres zich met hulp van anderen heeft weten te redden. Medische documenten en een ambtsbericht toonden aan dat eiseres in Syrië toegang heeft tot basiszorg en ondersteuning.
Eiseres stelde dat zij volledig afhankelijk is van haar dochter vanwege haar medische situatie en het ontbreken van een zorgstelsel in het vluchtelingenkamp, maar deze stellingen waren onvoldoende concreet en onderbouwd. Ook de financiële afhankelijkheid en frequent contact waren niet voldoende aangetoond. De schrijnende situatie in Syrië werd als asielgerelateerd aspect buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling van de familierelatie.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht geen belangenafweging hoefde te maken en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de mvv-aanvraag wegens ontbreken van bijkomende elementen van afhankelijkheid.