Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet tijdig heeft beslist op haar asielaanvraag van 30 januari 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiseres gestelde termijn van twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Zij bepaalt dat de minister alsnog binnen acht weken na de uitspraak een besluit moet nemen, waarbij rekening wordt gehouden met het '8+8 wekenmodel' van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Omdat de bovengrens van 21 maanden is overschreden, is een kortere beslistermijn passend.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.