ECLI:NL:RBDHA:2026:17665
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en verlenging overdrachtstermijn
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 16 oktober 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Bulgarije verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Tevens verlengde verweerder de overdrachtstermijn vanwege onderduiken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aan zijn verplichting tot het arrangeren van een persoonlijk Dublingehoor had voldaan, ondanks dat eiser tweemaal niet was verschenen zonder geldige reden. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel rechtvaardigt de overdracht aan Bulgarije, waarbij eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een fundamentele systeemfout in Bulgarije.
Verder is de verlenging van de overdrachtstermijn terecht omdat eiser zich doelbewust buiten bereik van de autoriteiten heeft gehouden. De beroepen van eiser worden ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan op 13 mei 2026 door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: De beroepen van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag en de verlenging van de overdrachtstermijn aan Bulgarije worden ongegrond verklaard.