ECLI:NL:RBDHA:2026:17704

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
NL25.15040
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H. Hanssen - Telman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 3:46 AwbArt. 6 EVRMArt. 17 DublinverordeningArt. 18 Dublinverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en medische omstandigheden

Eiseres, van Sierra Leoonse nationaliteit, diende op 30 december 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister nam deze aanvraag op 31 maart 2025 niet in behandeling omdat Spanje verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiseres voerde aan dat het voornemen onzorgvuldig was en dat zij ernstige medische klachten heeft, waaronder PTSS en HIV-1, die een overdracht aan Spanje onaanvaardbaar maken.

De rechtbank oordeelt dat het voornemen een voorbereidende handeling is en dat het ontbreken van een claimakkoord van Spanje geen onzorgvuldigheid oplevert. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, en er is geen bewijs van structurele tekortkomingen in het Spaanse opvangsysteem die een overdracht verbieden. Het BMA-advies concludeert dat eiseres kan reizen zonder onomkeerbare gezondheidsrisico's.

De rechtbank stelt vast dat de minister voldoende onderzoek heeft gedaan naar de medische situatie en dat de aanvullende stukken van ARQ Centrum ’45 geen aanleiding geven tot een ander oordeel. De aangifte van mensenhandel leidt niet tot een inhoudelijke behandeling in Nederland. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.15040

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiseres,

geboren op [geboortedatum] ,
van Sierra Leoonse nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. H.J.M. Nijholt),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. Ő. Sari).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 31 maart 2025 niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 22 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiseres en haar advocaat waren met kennisgeving afwezig. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het besluit tot het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en het besluit tot het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
4. Op 30 december 2024 heeft eiseres een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Bij het bestreden besluit van
31 maart 2025 heeft de minister de aanvraag niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag. Het daartegen ingediende beroep [1] is door deze rechtbank en zittingsplaats bij uitspraak van 7 juli 2025 kennelijk ongegrond verklaard. [2] Op 16 juli 2025 heeft eiseres daartegen een verzetschrift ingediend. Bij uitspraak van
25 september 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het verzet gegrond verklaard, omdat eiseres alsnog stukken heeft overgelegd ten aanzien van haar medische situatie. Doordat het verzet gegrond is verklaard, is de uitspraak van 7 juli 2025 komen te vervallen en is het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Dit betekent dat in onderhavige procedure het bestreden besluit van 31 maart 2025 ter beoordeling voorligt.
5. Naar aanleiding van de overgelegde medische stukken heeft de minister op
10 december 2025 verzocht om de zaken aan te houden, zodat het BMA [3] om advies kon worden gevraagd. Op 8 januari 2026 heeft het BMA een advies uitgebracht. In het BMA-advies wordt beschreven dat sprake is van medische klachten, namelijk een PTSS [4] en een persisterende complexe rouwstoornis. Eiseres heeft onder meer suïcidale gedachten, maar geen actieve suïcideplannen. Ook is er geen sprake geweest van gedwongen opnames of andere crisissituaties. Verder kampt eiseres met een HIV [5] -1-infectie en heeft zij in het verleden TBC [6] doorgemaakt. Het BMA schrijft dat eiseres kan reizen zonder verdere reisvoorwaarden.
Het kader
6. De EU [7] heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening [8] . Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [9] In dit geval heeft Nederland op 29 januari 2025 bij Spanje een verzoek om terugname gedaan. Spanje heeft dit verzoek op 6 februari 2025 aanvaard op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de Dublinverordening.
Zorgvuldigheid van het voornemen en het bestreden besluit
7. Eiseres stelt dat het voornemen een voorbereidende beslissing is en niet een
voorbereidingshandeling. De voorbereidende beslissing moet alle elementen bevatten die
nodig zijn om te kunnen beslissen. In dit geval ontbrak het claimakkoord van Spanje. Dit is
een belangrijk onderdeel van de beslissing en zonder toestemming van Spanje is een
overdracht niet mogelijk. Nu dit essentiële onderdeel ontbrak bij het voornemen, is het
voornemen niet op een zorgvuldige manier genomen en gemotiveerd en dient het als niet
uitgebracht te worden beschouwd. De artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb [10] zijn dan ook
geschonden. Omdat er geen eerlijke procedure plaatsvindt, is ook artikel 6 van Pro het EVRM [11]
geschonden. Eiseres stelt daarnaast dat ook het bestreden besluit onzorgvuldig is. Haar verklaring over wat haar bij aankomst in Spanje zou zijn overkomen, is hier namelijk onjuist in weergegeven.
7.1.
De rechtbank stelt vast dat geen rechtsregel of wet zich ertegen verzet dat een voornemen wordt uitgebracht terwijl er op dat moment nog geen sprake is van een claimakkoord. Anders dan eiseres stelt, is een voornemen namelijk een voorbereidende handeling en nog geen daadwerkelijk besluit. Ook de Dublinverordening vereist niet dat een claimverzoek al is geaccordeerd ten tijde van het uitbrengen van het voornemen. De rechtbank volgt eiseres ook niet in de stelling dat het voornemen onzorgvuldig tot stand is gekomen. De minister heeft in het voornemen namelijk voldoende duidelijk uiteengezet dat, en op grond van welke redenen, Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiseres. Het voornemen bevat daarmee de dragende overwegingen en voldoet aan de gestelde eisen. [12] De rechtbank constateert verder dat de betreffende verklaring van eiseres zoals deze wordt genoemd in het besluit, overeenkomt met haar verklaring zoals opgenomen in het verslag van het aanmeldgehoor. De beroepsgronden slagen niet.
Het interstatelijk vertrouwensbeginsel
8. Eiseres voert verder aan dat niet langer uit kan worden gegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje. Eiseres verwijst daarbij naar het AIDA-rapport van 31 mei 2024, [13] waaruit blijkt dat ook Dublinterugkeerders geen opvang krijgen in Spanje. Eiseres heeft na haar eerdere overdracht aan Spanje geen opvang gekregen en is op straat beland. Daarom is ze met iemand mee naar huis gegaan. Deze man heeft haar tien maanden vastgehouden en misbruikt. Vervolgens is ze in Frankrijk vier maanden misbruikt door een andere man. Eiseres is hiermee in een zeer verregaande staat van geestelijke deprivatie beland. Dit heeft kunnen gebeuren doordat eiseres geen opvang had in Spanje. Dat vele asielzoekers in Spanje geen opvang krijgen, blijkt volgens eiseres ook uit het jaarverslag over 2022 van de Spaanse Ombudsman. Eiseres verwijst daarnaast naar de uitspraak over Italië van de Afdeling van 26 april 2023. [14] De Afdeling zag in de berichtgeving over Italië aanleiding voor het oordeel dat er voor Dublinclaimanten geen opvangfaciliteiten beschikbaar waren en bepaalde daarom dat er geen overdrachten naar Italië meer plaats mochten vinden.
8.1.
De rechtbank overweegt als volgt. Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag de minister in het algemeen ervan uitgaan dat Spanje zijn verdragsverplichtingen nakomt. De Afdeling heeft onder meer bij uitspraken van 24 juni 2024 [15] , 25 november 2025 [16] en recentelijk nog in de uitspraak van 16 maart 2026 [17] geoordeeld dat de minister ten aanzien van Spanje van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan uitgaan. Van dit uitgangspunt wordt slechts afgeweken als eiseres aannemelijk maakt dat het asiel- en opvangsysteem in Spanje dusdanige tekortkomingen vertoont dat zij bij overdracht aan Spanje een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 van Pro het EVRM of artikel 4 van Pro het Handvest. [18] Daarvan is pas sprake als die tekortkomingen structureel zijn en een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken, zoals bedoeld in het arrest Jawo. [19]
8.2.
Uit de door eiseres aangehaalde informatie kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgeleid dat er zodanige problemen zijn met de opvangvoorzieningen in Spanje dat er sprake is van structurele tekortkomingen, die de hoge drempel van zwaarwegendheid van artikel 3 EVRM Pro bereiken. De Afdeling is in de hiervoor onder 8.1. genoemde uitspraak van 24 juni 2024 ingegaan op de opvangomstandigheden in Spanje en heeft onder andere geoordeeld dat het AIDA-rapport van 31 mei 2024 geen wezenlijk ander beeld schetst van de situatie in Spanje voor Dublinclaimanten dan de informatie waar de Afdeling eerder al over heeft geoordeeld. De rechtbank ziet in wat eiseres heeft aangevoerd, waaronder de Afdelingsuitspraak over Italië, geen aanleiding voor een ander oordeel. Daar komt bij dat de Spaanse autoriteiten met het claimakkoord hebben gegarandeerd het asielverzoek van eiseres in behandeling te nemen in overeenstemming met de Europese asiel- en opvangrichtlijnen. Wanneer eiseres na overdracht aan Spanje toch problemen ervaart, ligt het op haar weg daarover te klagen bij de aangewezen instanties. De enkele stelling van eiseres dat de beveiliging en de politie haar niet wilden helpen, is onvoldoende om aan te nemen dat klagen bij voorbaat kansloos is. De minister heeft in dit kader terecht overwogen dat eiseres niet inzichtelijk heeft gemaakt dat zij enige inspanning heeft verricht om haar klachten inzichtelijk te maken.
Artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening
9. Eiseres voert aan dat zij door wat zij in Spanje heeft meegemaakt, ernstig getraumatiseerd is geraakt. Zij heeft in de zienswijze de minister dan ook verzocht
onderzoek te doen naar haar geestelijke gesteldheid. Dat zij niet over medische
stukken beschikte, is buiten haar schuld om. Het bestreden besluit is ook op dit punt
onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd. Het is daarnaast inhumaan om eiseres over te
dragen aan Spanje na wat haar daar is overkomen. Bovendien is er geen garantie dat zij nu
wel opvang zal krijgen. Haar situatie is zeer bijzonder en de minister dient de asielaanvraag
van eiseres op zich te nemen op humanitaire gronden zoals bedoeld in artikel 17 van Pro de
Dublinverordening. Tot slot heeft eiseres, anders dan de minister stelt, wel aangifte gedaan
van mensenhandel. Ter onderbouwing daarvan heeft zij een vervoersbewijs naar de politie van 7 januari 2025 aan het dossier gevoegd. Zij weet niet wat AVIM [20] met de aangifte heeft gedaan, maar in ieder geval had de minister op grond van artikel 3:2 van Pro de Awb moeten onderzoeken wat de stand van zaken is. Eiseres heeft op ter onderbouwing van deze gronden hangende de verzetprocedure op 16 juli 2025 medische stukken overgelegd.
Op 27 maart 2026 heeft eiseres nog een aanvullend medisch stuk overgelegd te weten een brief van ARQ Centrum ’45 van 20 augustus 2025.
9.1.
De minister heeft op de zitting gereageerd op de gronden van eiseres. De medische omstandigheden van eiseres zijn alsnog onderzocht naar aanleiding van de na het besluit overgelegde stukken. In het BMA-advies is geconcludeerd dat eiseres kan reizen. De minister meent daarom dat eiseres kan worden overgedragen. De minister stelt dat op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden aangenomen dat eiseres de nodige medische hulp zal krijgen in Spanje. Niet is gebleken of onderbouwd dat mevrouw terecht zal komen in een situatie met onomkeerbare gevolgen. Ook uit het schrijven van ARQ Centrum ‘45 volgt niet dat mevrouw in een situatie terecht zal komen met onomkeerbare gevolgen. Nederland is dan ook niet gehouden om de aanvraag aan zich te trekken. Als eiseres problemen ondervindt dan kan zij zich wenden tot Spaanse autoriteiten. Daar komt bij dat eiseres heeft aangegeven dat zij de vorige keer in Spanje geen melding heeft gemaakt van haar problemen in Spanje. De minister stelt dat er ten aanzien van de gestelde mensenhandel geen aangifte is gedaan in Nederland en dat er geen stukken zijn overgelegd waaruit iets anders blijkt.
9.2.
Ten aanzien van de medische situatie en de gevolgen die dat volgens eiseres zou moeten hebben overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank stelt vast dat het BMA in opdracht van de minister de medische situatie van eiseres heeft beoordeeld en in het medische advies heeft geconcludeerd dat eiseres zonder verdere medische voorzieningen kan reizen. Hiermee heeft de minister in beginsel voldaan aan zijn vergewisplicht als bedoeld in het arrest C.K. De brief van ARQ Centrum ’45, die eiseres nadien heeft overgelegd, leidt niet tot een ander oordeel. Uit de brief volgt dat de psycholoog niet kan beoordelen of eiseres in staat is te reizen naar Spanje, maar dat de situatie van uitgezet worden naar Spanje haar veel stress en angst oplevert. Uit de brief volgt niet dat de overdracht tot aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen voor haar gezondheid zal leiden. De rechtbank is van oordeel dat uit deze informatie ook niet blijkt dat de minister niet langer kan uitgaan van het BMA-advies van 8 januari 2026. De medische situatie van eiseres is beoordeeld en uit het nadien overgelegde stuk volgt niet dat de situatie is gewijzigd en evenmin dat bepaalde informatie ten onrechte niet is meegenomen door het BMA. Het beroep op het arrest C.K. slaagt niet.
9.3.
Voor zover eiseres beoogt dat haar aangifte van mensenhandel moet leiden tot de conclusie dat Nederland haar asielaanvraag inhoudelijk moet behandelen, merkt de rechtbank op dat in de Dublinprocedure niet wordt toegekomen aan de vraag of eiseres in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning vanwege het doen van aangifte van mensenhandel. Het gaat in deze procedure immers alleen over de vraag welk land verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling van de asielaanvraag van eiseres. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraken van de Afdeling van 21 december 2018 [21] en 25 februari 2021. [22] Een aangifte van mensenhandel heeft in feite dus geen invloed op de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat voor de behandeling van het asielverzoek van eiseres. Daar komt bij dat eiseres bovendien niet heeft aangetoond dat zij, zoals gesteld, daadwerkelijk aangifte heeft gedaan. Uit de overgelegde bevestiging van een afspraak met de taxi volgt niet dat eiseres aangifte heeft gedaan.
9.4.
De minister heeft dan ook geen aanleiding hoeven zien om met toepassing van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening de behandeling van het asielverzoek aan zich te trekken. De rechtbank ziet in hetgeen eiseres stelt te zijn overkomen geen grond voor het oordeel dat de minister niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten af te zien van het achterwege laten van de overdracht van eiseres. De rechtbank betrekt daarbij dat de minister er terecht op heeft gewezen dat eiseres ook in Spanje aangifte kan doen van mensenhandel. Eiseres heeft niet gesteld, en dat is de rechtbank ook niet gebleken, dat de Spaanse autoriteiten haar niet kunnen of willen helpen.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres mag daarom worden overgedragen aan Spanje en krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, rechter, in aanwezigheid van
R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.NL25.15040.
2.Op grond van artikel 8:54, van de Algemene wet bestuursrecht.
3.Bureau Medische Advisering.
4.Posttraumatische stressstoornis.
5.Humaan Immunodeficiëntievirus.
6.Tuberculose.
7.Europese Unie.
8.Verordening (EU) nr. 604/2013.
9.Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
10.Algemene wet bestuursrecht.
11.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
12.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 23 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4348. Deze uitspraak is bevestigd op 22 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2967.
13.Country Report: Spain, 2023 Update.
18.Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
19.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:218.
20.Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel.