Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Stichting “ [verzoekster] ”,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verzoekster,
verweerder,
1.Procedure
- het verzoekschrift van 27 februari 2026 met producties 1 t/m 22;
- het verweerschrift met producties 1 t/m 4;
- de e-mail van [verzoekster] van 20 mei 2025 met aanvullende producties 23 en 24;
- de pleitaantekeningen van [verzoekster] .
2.Feiten
in een aantal situaties licht seksueel intimiderend gedrag heeft getoond.” [verzoekster] heeft vervolgens aan [verweerder] een formele berisping opgelegd. In de aankondiging van de berisping schrijft [verzoekster] :
langdurig ondersteuning te zoeken bij de hulpverlening i.v.m. preventie grensoverschrijdend gedrag.”
adviezen
ze is dom, ze is altijd al zo dom geweest, wie kan er nou zo werken, dit al jaren zo”, “
donder op” en “
stomme trut” of “
domme trut”. Doel van het gesprek met de leidinggevende was om [verweerder] aan te geven dat dit gedrag niet past binnen een veilige werkplek en om van [verweerder] te horen hoe hij de situatie heeft ervaren. [verweerder] heeft herhaaldelijk gevraagd wie de melders zijn, waarop is geantwoord dat namen niet gedeeld worden en dat het niet gaat om wie wat heeft gemeld, maar om het feit dat er een incident is geweest. [verweerder] heeft gezegd dat hij naar aanleiding van een e-mailwisseling heeft zitten mopperen en dat hij daarbij niet heeft gezegd dat iemand een trut of dom is, maar dat hij het handelen van de collega ‘een domme actie’ vond.
5.6 De werkgever heeft geen schriftelijke verklaringen overgelegd van de collega’s die zich naar aanleiding van het voorval bij hem hebben gemeld. Daardoor is het voor de Commissie niet inzichtelijk wat deze collega’s concreet hebben verklaard over hetgeen op 16 december 2024 is voorgevallen.
Inmiddels zijn we weer twee weken verder, twee weken van “radiostilte”… Het voelt raar om een bestuurder te adviseren, maar toch doe ik dat maar… Dit is wat er mijns inziens zal moeten gebeuren:
Oordeel Commissie
3.Het geschil
4.Beoordeling
meest subsidiairvan een cumulatie van omstandigheden die maken dat het voortduren van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet van [verzoekster] kan worden gevergd (de i-grond).
lichtseksueel intimiderend heeft gedragen is inmiddels meer dan zes jaar geleden. Het is niet gesteld of gebleken dat zich daarna nog een vergelijkbaar incident heeft voorgedaan. Verder heeft [verweerder] onweersproken gesteld dat na de waarschuwingsbrief van 6 maart 2024 zijn verhouding met De Brouwer is hersteld. Overigens is de kantonrechter van oordeel dat de uitlatingen die in die waarschuwingsbrief aan [verweerder] worden verweten, ook niet zonder meer als grensoverschrijdend zijn aan te merken, hoewel begrijpelijk is dat De Brouwer zich daardoor aangevallen voelde. Mensen met een ASS communiceren vaak open, direct en eerlijk en [verweerder] is daarop geen uitzondering. Ten aanzien van de opmerkingen die [verweerder] op 16 december 2024 zou hebben gemaakt, geldt dat hij die consequent en stellig heeft betwist en dat [verzoekster] ook in deze procedure geen verklaringen heeft overgelegd van collega’s die daarbij aanwezig waren. Net als de CBFO kan ook de kantonrechter daarom niet vaststellen dat [verweerder] deze opmerkingen heeft gemaakt.
“Over het algemeen goed.”[verzoekster] heeft verder niet naar voren gebracht dat zich na december 2024 nog nieuwe incidenten op de werkvloer hebben voorgedaan en daar is verder ook niet van gebleken. In zoverre is van een verstoorde arbeidsverhouding geen sprake. Voor zover er een verstoorde verhouding is met het bestuur van [verzoekster] vanwege de discussie over de gevolgen van de vernietiging van de berisping, geldt het volgende.
144,00(plus eventueel de kosten van betekening)