ECLI:NL:RBDHA:2026:17846

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
K/4502/12078041
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.P.C. van Essen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:670 lid 1 sub a BWArt. 7:670 lid 11 sub c BWArt. 7:671a lid 1 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging ontslag zieke werknemer wegens ontbreken toestemming UWV

De werknemer is sinds maart 2021 in dienst bij de werkgever en is al meer dan 104 weken ziek gemeld. Het UWV heeft op 24 oktober 2024 een loonsanctie opgelegd aan de werkgever wegens onvoldoende re-integratie. Desondanks heeft de werkgever op 4 december 2025 het dienstverband per 1 december 2025 beëindigd zonder toestemming van het UWV.

De werknemer verzoekt vernietiging van de opzegging en subsidiair toekenning van transitie- en billijke vergoeding. De werkgever voert aan dat financiële problemen de re-integratie hebben bemoeilijkt. De kantonrechter oordeelt dat op grond van artikel 7:670 lid 1 sub a en Pro lid 11 sub c BW en artikel 7:671a lid 1 BW het ontslag niet rechtsgeldig is zonder toestemming UWV en bij een lopende loonsanctie.

De opzegging wordt vernietigd en de werkgever wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De opzegging van de arbeidsovereenkomst wordt vernietigd wegens ontbreken van toestemming UWV en lopende loonsanctie.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
MvE (C)
Zaak-/rekestnummer: 12078041 \ RP VERZ 26-50116
Beschikking van 30 juni 2026
in de zaak van
[verzoekster]te [woonplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster],
gemachtigde: mr. N.M. Fakiri,
tegen
DUDE GOED CIRCULAIR B.V.te Rijswijk,
verwerende partij,
hierna te noemen: Dude Goed,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van 28 januari 2026 en
de mondelinge behandeling van 2 juni 2026.
1.2.
Op de mondelinge behandeling was [verzoekster] aanwezig samen met mr. Z. Eker, kantoorgenoot van mr. Fakiri. Namens Dude Goed was aanwezig de heer [naam], directeur van de onderneming.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verzoekster], geboren [geboortedatum] 1966, is sinds 1 maart 2021 in dienst bij (de rechtsvoorganger van) Dude Goed. Zij heeft een dienstverband voor onbepaalde tijd. De functie van [verzoekster] is kassamedewerker met een brutoloon van (momenteel) € 1.705,90 per maand.
2.2.
[verzoekster] is na een ziekmelding al meer dan 104 weken niet werkzaam.
2.3.
Op 24 oktober 2024 heeft het UWV aan Dude Goed een loonsanctie opgelegd, inhoudende dat het loon tot 29 december 2026 moet worden doorbetaald. Volgens het UWV heeft Dude Goed niet voldaan aan haar re-integratieverplichtingen.
2.4.
Op 4 december 2025 heeft Dude Goed aan [verzoekster] gemeld dat zij per 1 december 2025 niet meer in dienst is. Dude Goed had geen toestemming van het UWV om de arbeidsovereenkomst op te zeggen.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoekster] verzoekt primair dat de kantonrechter de opzegging van de arbeidsovereenkomst vernietigt. Subsidiair verzoekt zij om toekenning van onder meer de transitievergoeding en een billijke vergoeding.
3.2.
Dude Goed heeft op de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat de onderneming in financieel zwaar weer verkeert en dat mede om die reden de re-integratie onvoldoende vorm heeft gekregen.

4.De beoordeling

4.1.
Gelet op de ziekmelding en de loonsanctie van het UWV kon Dude Goed de arbeidsovereenkomst niet opzeggen (artikel 7:670 lid 1 aanhef Pro sub a en lid 11 aanhef sub c BW). Bovendien had Dude Goed geen toestemming van het UWV om de arbeidsovereenkomst op te zeggen (artikel 7:671a lid 1 BW). Daarom is de opzegging niet rechtsgeldig. De moeizame financiële positie van Dude Goed maakt dat niet anders. Het primaire verzoek tot vernietiging van de opzegging is toewijsbaar.
4.2.
Dude Goed is de in het ongelijk gestelde partij. Daarom moet zij de proceskosten betalen. Die kosten worden aan de zijde van [verzoekster] begroot op € 813,00 (€ 93,00 aan griffierecht, € 576,00 aan salaris gemachtigde (2 punten van € 288,00) en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
vernietigt de opzegging van de arbeidsovereenkomst;
5.2.
veroordeelt Dude Goed in de proceskosten van € 813,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Dude Goed niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend;
5.3.
veroordeelt Dude Goed tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.P.C. van Essen en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026.