ECLI:NL:RBDHA:2026:17908

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 mei 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
NL25.39352
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Vreemdelingenwet 2000Art. 3 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse vrouw wegens onvoldoende aannemelijkheid identiteit en risico's

Eiseres, een Nigeriaanse vrouw behorend tot de Edo bevolkingsgroep, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Zij vreesde vrouwenbesnijdenis en vervolging door Boko Haram bij terugkeer naar Nigeria. De minister wees haar aanvraag af wegens onvoldoende aannemelijkheid van haar identiteit en het ontbreken van een concreet persoonlijk risico.

De rechtbank oordeelde dat de door eiseres overgelegde geboorteakte niet als bewijs kon dienen omdat deze niet was ondertekend door de verklaarder, en dat de minister terecht twijfelde aan de identiteit van eiseres. Daarnaast werd vastgesteld dat eiseres haar vrees voor vrouwenbesnijdenis niet aannemelijk had gemaakt, mede omdat zij op volwassen leeftijd niet besneden was en geen concreet plan van familieleden kon aantonen.

Ook de vrees voor Boko Haram werd niet als reëel risico erkend, omdat eiseres geen persoonlijke negatieve aandacht van deze groepering kon aantonen en zij uit het zuiden van Nigeria komt, waar Boko Haram niet actief is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de asielaanvraag.

Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van identiteit en het ontbreken van een reëel risico op vrouwenbesnijdenis of vervolging door Boko Haram.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.39352

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , v-nummer: [V-nummer] , eiseres,

mede namens haar minderjarige kind [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2015
(gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. S.H.J. Muijlkens).

Samenvatting

1.1
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Eiseres is het daar niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.2
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.1
Eiseres heeft op 6 juli 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van
15 augustus 2025 de aanvraag afgewezen als ongegrond.
2.2
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
2.3
De rechtbank heeft het beroep op 25 november 2025 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen M.M.S.J. van Kaarn. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
2.4
Op de zitting heeft de rechtbank de zaak aangehouden om de minister in de gelegenheid te stellen de door eiseres overgelegde originele geboorteakte te laten onderzoeken door Bureau Documenten.
2.5
Op 19 december 2025 heeft de minister de resultaten van het onderzoek door Bureau Documenten overgelegd.
2.6
Eiseres heeft daar op 2 februari 2026 op gereageerd.
2.7
De rechtbank heeft vervolgens partijen geïnformeerd dat zij van oordeel is dat een nadere zitting niet nodig is. Partijen hebben daarmee ingestemd en toestemming verleend om de zaak buiten zitting af te doen. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.

Het oordeel van de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiseres heeft verklaard te zijn geboren op [geboortedatum 2] 1983. Zij heeft de Nigeriaanse nationaliteit en behoort tot de Edo bevolkingsgroep. Eiseres stelt dat haar vader wilde dat zij besneden zou worden. Haar moeder wilde dat niet. Om deze reden is zij als kind niet besneden. Na het overlijden van de vader van eiseres wilden haar stiefbroers en tantes dat eiseres alsnog besneden zou worden. Daarom heeft eiseres Nigeria verlaten. Tot slot vreest eiseres bij terugkeer naar Nigeria voor Boko Haram.
Het bestreden besluit
4.1
Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister het volgende asielmotief:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst.
4.2
De minister heeft de nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig geacht, maar de identiteit van eiseres is volgens de minister niet geloofwaardig. Eiseres heeft verklaard dat zij in bezit is van een origineel geboortecertificaat, maar zij heeft dit document niet tijdig overgelegd en heeft daar geen goede verklaring voor gegeven. [1] Verder vormen de verklaringen van eiseres volgens de minister geen samenhangend en aannemelijk geheel. [2] Uit een EURODAC-treffer blijkt namelijk dat eiseres in Duitsland is geregistreerd met de geboortedatum [geboortedatum 3] 1983. Tijdens de gehoren heeft eiseres echter verklaard dat zij is geboren op [geboortedatum 2] 1983 en dat de dag en maand in Duitsland moeten zijn omgewisseld.
4.3
De minister heeft de vrees van eiseres voor vrouwenbesnijdenis en Boko Haram niet als asielmotieven aangemerkt, maar heeft deze vrees wel meegenomen in het kader van de zwaarwegendheid. Volgens de minister heeft eiseres haar persoonlijke vrees niet aannemelijk gemaakt. Eiseres loopt daarom volgens de minister bij terugkeer naar Nigeria geen reëel risico op ernstige schade.
Het oordeel van de rechtbank
Geboorteakte
5.1
Eiseres voert aan dat zij is geboren op [geboortedatum 2] 1983 en dat in Duitsland haar geboortedag- en maand moeten zijn omgewisseld. Op 26 augustus 2025 heeft zij ter onderbouwing een originele geboorteakte van 19 augustus 2021 overlegd.
5.2
De minister heeft de door eiseres overgelegde geboorteakte in beroep alsnog laten onderzoeken door Bureau Documenten. Uit de verklaring van onderzoek van
25 november 2025 blijkt dat de handtekening van de verklaarder op het geboortebewijs ontbreekt en dat het document daarom niet wordt gezien als een bewijs dat de gestelde verklaarder deze verklaring heeft afgelegd. Daarom kan niet worden vastgesteld of het document inhoudelijk juist is.
5.3
Het is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) dat de minister in beginsel ervan uit mag gaan dat een verklaring van onderzoek van Bureau Documenten op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. [3] Dat laat echter onverlet dat zich situaties kunnen voordoen waarin de vergewisplicht van de minister als bedoeld in artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht meebrengt dat hij moet nagaan hoe Bureau Documenten tot zijn conclusies is gekomen. Die situatie doet zich in ieder geval voor als de conclusies van Bureau Documenten vragen oproepen, bijvoorbeeld als de bevindingen niet logischerwijs tot de daaraan verbonden conclusies leiden of als de vreemdeling gemotiveerd betwist heeft dat een verklaring van onderzoek op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten.
5.4
Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres geen concrete aanknopingspunten naar voren gebracht die aanleiding zijn voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop. Ook heeft eiseres geen contra-expertise ingebracht. Verder ontkent eiseres niet dat er geen handtekening van de verklaarder op de geboorteakte staat. De rechtbank kan daarom de conclusie in de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten volgen dat de geboorteakte niet wordt gezien als een bewijs dat de gestelde verklaarder de verklaring heeft afgelegd. De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister niet ten onrechte heeft overwogen dat eiseres haar identiteit niet aannemelijk heeft gemaakt. De beroepsgrond slaagt niet.
Asielmotieven
6.1
Eiseres voert aan dat de minister haar vrees voor vrouwenbesnijdenis en
Boko Haram ten onrechte niet als twee zelfstandige asielmotieven heeft aangemerkt.
6.2
De rechtbank overweegt dat de vrees voor vrouwenbesnijdenis en Boko Haram in het voornemen en het bestreden besluit uitdrukkelijk zijn beoordeeld in het kader van de zwaarwegendheid, namelijk of eiseres bij terugkeer naar Nigeria een reëel risico op ernstige schade loopt. De rechtbank is van oordeel dat eiseres niet heeft geconcretiseerd hoe zij in haar belangen is geschaad doordat de minister haar gestelde vrees niet heeft aangemerkt als aparte asielmotieven, aangezien hij deze wel heeft meegewogen in het kader van de zwaarwegendheid. De beroepsgrond slaagt niet.
Vrees voor vrouwenbesnijdenis
7.1
Niet in geschil is dat eiseres bij haar asielaanvraag in Duitsland niet heeft verklaard over haar vrees voor vrouwenbesnijdenis. Eiseres voert aan dat de minister over het hoofd ziet dat de familieproblemen, waarover zij in Duitsland wel heeft verklaard, samenhangen met de vrees voor vrouwenbesnijdenis. De minister kan daarom niet stellen dat de vrees voor besnijdenis geen rol heeft gespeeld in de asielprocedure in Duitsland, aldus eiseres.
7.2
De rechtbank is van oordeel dat de minister heeft kunnen overwegen dat de omstandigheid dat eiseres in Duitsland (bewust) niet heeft verklaard over haar vrees voor vrouwenbesnijdenis afbreuk doet aan de door eiseres gestelde noodzaak van internationale bescherming. [4] De minister had van eiseres mogen verwachten dat zij hier in Duitsland ook over had verklaard, aangezien zij stelt dat zij Nigeria is ontvlucht op zoek naar internationale bescherming vanwege deze vrees. De minister is in het voornemen en het bestreden besluit overigens alsnog uitgebreid ingegaan op de vrees voor vrouwenbesnijdenis en heeft daarbij deugdelijk gemotiveerd dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat er voor haar persoonlijk een risico geldt om besneden te worden. Dat zal de rechtbank hieronder bespreken.
7.3
De minister heeft in het voornemen en het bestreden besluit gemotiveerd verwezen naar de beschikbare landeninformatie, waaronder het Algemeen ambtsbericht Nigeria van januari 2023 (het Algemeen ambtsbericht). Daaruit blijkt dat vrouwenbesnijdenis weliswaar voorkomt, maar overwegend op jonge leeftijd plaatsvindt (terwijl eiseres inmiddels 42 jaar oud is), dat de cijfers dalen en dat de ouders – met name de vader – een doorslaggevende rol spelen in de beslissing. De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank terecht gesteld dat de door eiseres overgelegde informatie geen wezenlijk ander beeld geeft. Er is geen bevolkingsgroep in Nigeria waarin alle vrouwen besneden worden. Het ligt dan ook op de weg van eiseres om haar vrees te concretiseren en individualiseren. Uit een uitspraak van de Afdeling [5] volgt dat het enkele percentage vrouwen dat is besneden in een bepaalde bevolkingsgroep onvoldoende is om te concluderen of een vreemdeling bij terugkeer een reëel risico loopt op besnijdenis. Eiseres behoort tot de Edo bevolkingsgroep. Uit het Algemeen ambtsbericht volgt dat binnen de Edo bevolkingsgroep 32,6% van de vrouwen besneden is. Hoewel dit (nog steeds) een hoog percentage is, is dit percentage op zichzelf niet voldoende voor de conclusie dat eiseres bij terugkeer naar Nigeria een reëel risico op vrouwenbesnijdenis loopt. Andere factoren kunnen het risico vergroten of juist verkleinen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de voorkeur van de ouders, de vraag of andere vrouwelijke familieleden zijn besneden en de leeftijd van de vrouw. De minister moet aan de hand van de eigen verklaringen van de vreemdeling en de relevante landeninformatie al deze verschillende factoren kenbaar en in onderlinge samenhang betrekken bij de besluitvorming. De rechtbank is van oordeel dat de minister dit kenbaar heeft gedaan. Zo heeft de minister in het voornemen overwogen dat de vader, tantes en stiefbroers van eiseres uitgesproken voorstanders waren van vrouwenbesnijdenis, maar dat haar moeder erop tegen was. De minister heeft verwezen naar het Algemeen ambtsbericht, waaruit blijkt dat de vader primair beslist of een meisje besneden wordt, gevolgd door de grootmoeder en pas daarna de moeder. Toch is eiseres tot aan haar vertrek uit Nigeria op ongeveer dertigjarige leeftijd niet besneden. De vader van eiseres is inmiddels overleden. Hij kan dus geen druk meer uitoefenen. In de beschikking heeft de minister het standpunt van eiseres gevolgd dat haar moeder ook is overleden. Zij kan eiseres dus niet meer beschermen tegen vrouwenbesnijdenis. De minister heeft echter ook terecht overwogen dat toen de moeder van eiseres naar een ander dorp vertrok, de besnijdenis ook niet concreet werd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres daarom niet inzichtelijk gemaakt waarom zij juist nu zegt te vrezen voor besnijdenis. De rechtbank is daarbij van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een concrete bedreiging is vanuit haar tantes en stiefbroers. Eiseres heeft niet inzichtelijk gemaakt wat het plan van haar tantes en stiefbroers om haar te laten besnijden precies inhoudt en hoe zij weet dat er een dergelijk plan zou zijn. Eiseres voert aan dat haar vrees aannemelijk is nu haar stiefbroers informanten hebben. De rechtbank is echter van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het enkele gegeven dat mensen bang zijn voor de stiefbroers van eiseres, niets zegt over personen die hen helpen en eventuele informanten. Eiseres heeft niet aannemelijk en/of concreet gemaakt dat haar stiefbroers informanten zouden hebben en wie dat dan zouden zijn. Verder heeft eiseres tijdens het nader gehoor verklaard dat het in haar familie traditie is om kinderen/jonge vrouwen te besnijden. [6] Volgens de minister is het ongerijmd dat, ondanks deze traditie, eiseres op jonge leeftijd niet is besneden. Eiseres heeft verklaard dat haar zus wel is besneden toen zij nog een baby was, maar dat zij niet is besneden, omdat zij twee jaar in de buik van haar moeder heeft gezeten. [7] De rechtbank is van oordeel dat de minister heeft kunnen overwegen dat het medisch gezien onmogelijk is dat eiseres twee jaar in de buik van haar moeder heeft gezeten en dat eiseres geen andere verklaring heeft waarom zij niet is besneden als baby. Bovendien is eiseres inmiddels een volwassen vrouw en heeft zij zich jarenlang aan vrouwenbesnijdenis kunnen onttrekken, ook toen zij nog jong en afhankelijk van haar familie was. De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank daarbij terecht overwogen dat vrouwenbesnijdenis onder oudere vrouwen is afgenomen. [8] De beroepsgrond slaagt niet.
7.5
Eiseres voert aan dat uit een rapport van UK Home Office blijkt dat de factoren leeftijd, etniciteit en opleiding het belangrijkste zijn, maar dat ook de herkomstregio, religie en prevalentie van vrouwenbesnijdenis onder de uitgebreide familie en lokale gemeenschap een rol spelen. Volgens eiseres heeft de minister niet alle factoren bij de beoordeling van de vrees voor besnijdenis betrokken. De rechtbank is van oordeel dat de minister heeft kunnen overwegen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze factoren een rol bij eiseres spelen en dat het betrekken van deze factoren tot een andere uitkomst zouden leiden. De beroepsgrond slaagt niet.
Vrees voor Boko Haram
8.1
Eiseres voert aan dat zij bij terugkeer naar Nigeria vreest voor Boko Haram. Zij verwijst naar algemene informatie over Boko Haram die haar vrees bevestigt. Eiseres stelt dat zij niet aannemelijk hoeft te maken dat zij meer dan anderen heeft te vrezen voor
Boko Haram, omdat de minister moet beoordelen wat de aanwezigheid van Boko Haram in Nigeria in zijn algemeenheid, en dus ook voor eiseres, betekent.
8.2
De rechtbank stelt vast dat in het landgebonden beleid inzake Nigeria geen bijzonderheden over Boko Haram zijn vermeld. Eiseres dient daarom met haar persoonlijke relaas aannemelijk te maken dat zij te vrezen heeft voor vervolging in vluchtelingrechtelijke zin of dat zij bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van Pro het EVRM loopt.
8.3
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade loopt. Eiseres heeft met haar verklaringen niet onderbouwd dat zij persoonlijk in de negatieve aandacht van Boko Haram staat. Ook heeft eiseres tijdens het nader gehoor verklaard dat zij in het verleden geen problemen heeft gehad met
Boko Haram. [9] Eiseres heeft daarmee haar persoonlijke vrees niet aannemelijk gemaakt. Bovendien is Boko Haram aanwezig in enkele noordelijke regio’s in Nigeria [10] , terwijl eiseres uit het zuiden van Nigeria komt en dat wordt aangemerkt als gebied van terugkeer. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

9. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat bij deze uitkomst geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.C. Hummel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2026.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Artikel 31, zesde lid en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Artikel 31, zesde lid en onder c, van de Vw.
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 22 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1764, rechtsoverweging 4.2, en de uitspraak van 28 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:628, rechtsoverweging 4.
4.Zie pagina 20 van het nader gehoor.
5.Zie de uitspraak van 24 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2430.
6.Zie pagina’s 13, 14 en 20 van het nader gehoor.
7.Zie pagina 16 van het nader gehoor.
8.Onder verwijzing naar het Algemeen ambtsbericht en het rapport
9.Zie pagina 9 van het nader gehoor.
10.Zie pagina 13 van het Algemeen ambtsbericht.