Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Het door verweerder gehanteerde afschrijvingspercentage (grief h)
overschreden, dient als uitgangspunt voor de schadevergoeding een tarief te worden gehanteerd van € 500 per half jaar dat die termijn is overschreden, waarbij ter bepaling van de totale vergoeding de geconstateerde overschrijding naar boven wordt afgerond.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag tot € 3.207;
- vermindert de belastingrente overeenkomstig;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.534, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf vier weken na openbaarmaking van deze uitspraak tot aan de dag van algehele voldoening;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 187 aan eiser te vergoeden, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf vier weken na openbaarmaking van deze uitspraak tot aan de dag van algehele voldoening;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de immateriële schade van eiser tot een bedrag van € 500, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf vier weken na openbaarmaking van deze uitspraak tot aan de dag van algehele voldoening;
- veroordeelt de Minister van Justitie en Veiligheid tot betaling van een immateriële schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 1.000, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf vier weken na openbaarmaking van deze uitspraak tot aan de dag van algehele voldoening.
mr. S.W. van de Griend, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op