ECLI:NL:RBDHA:2026:19036
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en medische omstandigheden
Eiser, met onbekende nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland, maar de minister nam zijn aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiser stelde dat zijn ernstige medische situatie overdracht aan Kroatië onmogelijk maakt, verwijzend naar het arrest C.K. en artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank beoordeelde de medische stukken, waaronder CT-scans en rapporten van een ziekenhuis in Jordanië, en concludeerde dat er geen sprake is van een bijzondere ernst van de gezondheidstoestand die overdracht zou verhinderen. Verweerder hoefde geen aanvullend medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) in te winnen omdat eiser niet onder actieve behandeling stond van een medisch specialist.
Ook de door eiser aangevoerde psychische klachten en mishandeling in Kroatië werden onvoldoende onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de asielaanvraag niet aan zich heeft getrokken op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.