ECLI:NL:RBDHA:2026:19415
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning wegens onvolledige belangenafweging privéleven
Eiser, een Azerbeidzjaanse nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 10 mei 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op niet-tijdelijke humanitaire gronden. De minister wees deze aanvraag af, waarna eiser bezwaar maakte. Na eerdere procedures en vernietigingen van besluiten, werd het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard op 18 juli 2025. Eiser stelde beroep in tegen dit bestreden besluit.
De rechtbank oordeelt dat de minister bij de belangenafweging, met name ten aanzien van het privéleven van eiser in Nederland, niet alle relevante feiten en omstandigheden heeft betrokken. Zo is onvoldoende rekening gehouden met het feit dat de minister geen initiatieven heeft genomen om eiser uit Nederland te verwijderen, terwijl dit een relevante factor is volgens de geldende werkinstructies. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom eiser niet is vrijgesteld van het mvv-vereiste.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij alle relevante feiten, waaronder het familieleven en het terugkeerbesluit, moeten worden betrokken. Tevens moet de minister beoordelen of terugkeer naar Azerbeidzjan in strijd is met het non-refoulementbeginsel. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de minister moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen met volledige belangenafweging.