Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, is op 17 februari 2026 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel vanaf 5 juni 2026, het moment waarop het eerdere onderzoek werd gesloten. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde en dat er geen zicht was op uitzetting naar Tunesië binnen een redelijke termijn.
De rechtbank oordeelde dat er geen aanwijzingen zijn dat uitzetting binnen een redelijke termijn niet mogelijk is, mede omdat eiser geen aantoonbare inspanningen heeft geleverd om identificatiedocumenten te verkrijgen. Verweerder heeft regelmatig contact gehad met de Tunesische autoriteiten en voldoende voortvarend gehandeld.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.