Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
gevestigd te [plaats 1] ,
eisende partij in conventie,
gemachtigden: mr. I.H. Castenmiller en mr. drs. P.S. Zweekhorst,
gedaagde partij in conventie,
gemachtigde: mr. I.R. Köhne.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een geschil tussen een makelaarskantoor en een werknemer die een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd had met een concurrentie- en relatiebeding. De werknemer trad na afloop van het contract in dienst bij een concurrerend makelaarskantoor binnen het geografische werkgebied van het beding.
De werkgever vorderde staking van werkzaamheden en betaling van boetes wegens overtreding van de bedingen. De werknemer stelde dat de schriftelijke motivering van het concurrentie- en relatiebeding niet voldeed aan de hoge wettelijke eisen, waardoor de bedingen nietig of vernietigbaar zijn. Tevens vorderde zij loonbetaling.
De kantonrechter oordeelde dat de schriftelijke motivering onvoldoende concreet en specifiek was om het beding te rechtvaardigen. Er ontbrak een duidelijke beschrijving van de zwaarwegende bedrijfsbelangen en de concrete bedrijfsgevoelige informatie die bescherming behoefde. Daarom zullen de bedingen in een bodemprocedure waarschijnlijk worden vernietigd.
De vorderingen van de werkgever werden afgewezen. De werknemer kreeg een netto bedrag van €1.563,74 aan loon toegewezen, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente wegens te late betaling. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de werkgever tot handhaving van het concurrentie- en relatiebeding worden afgewezen wegens onvoldoende schriftelijke motivering; de werknemer krijgt loonbetaling toegewezen.