ECLI:NL:RBDHA:2026:20040

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
NL26.28514
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Y. Yeniay - Cenik
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 DublinverordeningArt. 30, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Bulgarije volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.

De rechtbank heeft het beroep op 3 juli 2026 behandeld en beoordeelt dat de minister niet onzorgvuldig heeft gehandeld door gebruik te maken van een standaardvoornemen. De minister heeft voldoende gemotiveerd waarom Bulgarije verantwoordelijk is en waarom de aanvraag niet op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening in behandeling wordt genomen.

Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast mag worden vanwege recente verslechteringen in Bulgarije, zoals blijkt uit een AIDA-updaterapport van mei 2026. De rechtbank oordeelt dat dit rapport geen aanleiding geeft tot een andere conclusie dan eerdere rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is vastgesteld dat er geen reëel risico is op onmenselijke of vernederende behandeling bij overdracht naar Bulgarije.

De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak is gedaan door rechter Y. Yeniay - Cenik en griffier J. de Lange.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.28514

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juli 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. E. Maalsen),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. C.R. Stoute).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 18 mei 2026 niet in behandeling genomen, omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 3 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
2.1.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
3. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die stond in de Dublinverordening. [1] Op grond van de Dublinverordening nam de minister een asielaanvraag niet in behandeling als werd vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [2] In dit geval heeft Nederland bij Bulgarije een verzoek om overname gedaan. Bulgarije heeft dit verzoek aanvaard.
Heeft de minister onzorgvuldig gehandeld?
4. Eiser betoogt dat de minister onzorgvuldig heeft gehandeld door een standaardvoornemen uit te brengen waarin de individuele omstandigheden van eiser niet kenbaar zijn meegewogen.
4.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat, zoals ook de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) [3] heeft geoordeeld, het gebruik van een voornemen met standaardteksten in een Dublinprocedure niet maakt dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid. De minister heeft er terecht op gewezen dat de dragende overwegingen voor de besluitvorming in het voornemen staan. In die overwegingen heeft de minister voldoende duidelijk uiteengezet dat, en op grond van welke redenen, Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielaanvraag. Daarin staat ook vermeld dat er geen reden wordt gezien om eisers asielaanvraag op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening in behandeling te nemen. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt verder dat het niet onzorgvuldig is dat de minister in het besluit voor het eerst meer specifiek ingaat op de individuele omstandigheden van een vreemdeling. [4]
Mag de minister voor Bulgarije uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel?
5. Eiser betoogt dat de minister ten onrechte van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaat voor Bulgarije. De minister baseert zich op rechtspraak van de Afdeling maar daarbij is niet de laatste landeninformatie betrokken. Zo is er een nieuw AIDA-updaterapport (het updaterapport) van mei 2026 over Bulgarije, waaruit blijkt dat de situatie sindsdien is verslechterd. [5] De minister stelt dat de informatie in dit rapport lijkt op de informatie waarover de Afdeling eerder heeft geoordeeld, maar de minister geeft niet aan op welke punten de laatste update dezelfde informatie bevat. Ook is er inmiddels een nieuwe conservatiever en eurosceptischer regering in Bulgarije, die de Europese regels mogelijk strikter gaat interpreteren. Uit het updaterapport blijkt dat dit al een negatieve invloed heeft op het asielsysteem.
5.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hij voor Bulgarije uit mag gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit volgt namelijk uit rechtspraak van de Afdeling. [6] De Afdeling heeft dit in haar uitspraak van 20 april 2026 [7] nogmaals bevestigd. Uit deze rechtspraak volgt dat er problemen zijn in het Bulgaarse asiel- en opvangsysteem, maar dat er geen sprake is van zodanige tekortkomingen dat bij overdracht naar Bulgarije een reëel risico bestaat op een onmenselijke of vernederende behandeling. Weliswaar is het uitgebrachte updaterapport niet bij die rechtspraak betrokken, maar de minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het updaterapport geen aanleiding geeft om tot een andere conclusie te komen. Het enkele gegeven dat de nieuwe voorzitter van de State Agency for Refugees (SAR) volgens het updaterapport in verband wordt gebracht met humanitaire crises en inhumane opvangvoorzieningen, is onvoldoende om een reëel risico op een onmenselijke of vernederende behandeling aan te nemen. Hetzelfde geldt voor het gegeven dat er zorgen zijn over hoe de nieuwe regering zich zal opstellen over de nieuwe Europese asielregels. Verder zegt een laag inwilligingspercentage van asielaanvragen op zichzelf niets over de wijze waarop de aanvragen worden behandeld en beoordeeld. Dat uit het updaterapport blijkt dat het inwilligingspercentage verder is gedaald ten opzichte van de eerdere rapporten, vormt daarom op zichzelf geen aanwijzing dat er sprake is van systeemfouten bij de behandeling van asielaanvragen. Ook ziet de rechtbank niet in hoe het feit dat Bulgarije zijn grenscontroles heeft geïntensiveerd tot de conclusie kan leiden dat er sprake is van systeemfouten die voor eiser tot een onmenselijke of vernederende behandeling zouden kunnen leiden. Over de juridische hulp voor vreemdelingen en de opvangomstandigheden (voor Dublinclaimanten) heeft de minister zich voorts terecht op het standpunt gesteld dat de door eiser aangehaalde passages uit het updaterapport ook staan in de eerdere AIDA-rapporten die wél in de uitspraken van de Afdeling zijn meegenomen en dat zij geen wezenlijk ander beeld laten zien dan die eerdere rapporten. Wel blijkt uit het updaterapport dat sinds de eerdere rapporten de beschikbaarheid van juridische hulp voor het instellen van beroep beperkter is geworden door het wegvallen van de non-gouvernementele organisatie (ngo) Bulgarian Helsinki Committee, maar uit het rapport volgt ook dat er nog andere ngo’s actief zijn die vreemdelingen hierbij kunnen helpen. [8] Ten slotte heeft de minister terecht overwogen dat Bulgarije met het claimakkoord heeft beloofd om eisers asielaanvraag in behandeling te nemen met inachtneming van de internationale verplichtingen. Als eiser vindt dat Bulgarije deze verplichtingen niet nakomt, ligt het op zijn weg om daarover te klagen bij de (hogere) Bulgaarse autoriteiten. Dat dit voor hem niet mogelijk, uiterst moeilijk of bij voorbaat zinloos is, is niet gebleken.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Yeniay - Cenik, rechter, in aanwezigheid van
mr.J. de Lange, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Sinds 12 juni 2026 staat deze regelgeving in de Asiel- en Migratiebeheerverordening.
2.Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (zoals dat luidde tot 12 juni 2026).
3.ABRvS 23 november 2023: ECLI: NL:RVSL2023:4348 en ABRvS 5 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3158.
4.ABRvS 11 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1642; ABRvS 23 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4348.
5.Country Report: Bulgaria”, 2026 Update.
6.ABRvS 29 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:303, ABRvS 29 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:870 en ABRvS 27 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2647, ABRvS 14 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1080 en ABRvS 3 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1490.
7.ABRvS 20 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2133.
8.Country Report: Bulgaria”, 2026 Update, pagina’s 49-50.