ECLI:NL:RBDHA:2026:20138
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.A. Bouter - Rijksen
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 2 februari 2026 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening, omdat hij daar eerder een verzoek om internationale bescherming had ingediend. Verweerder nam de aanvraag daarom niet in behandeling.
Eiser voerde aan dat hij in Duitsland niet veilig is vanwege bedreigingen van de Black Axe groep en dat hij psychische problemen heeft die in Duitsland niet adequaat behandeld kunnen worden. Hij stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is en dat overdracht aan Duitsland een reëel risico op schending van zijn rechten inhoudt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende concrete en objectieve aanwijzingen heeft geleverd om dit te weerleggen. Ook de medische informatie bood geen onderbouwing voor een uitzonderlijke situatie die overdracht zou verhinderen. De rechtbank wees het beroep af en bevestigde dat de asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen in Nederland.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.