ECLI:NL:RBDHA:2026:20562
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een asielzoeker van Ethiopische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege ontoereikende opvangvoorzieningen in Duitsland, slechte leefomstandigheden, gebrek aan medische zorg, discriminatie en het risico op vreemdelingenbewaring. Hij stelde ook dat er sprake zou zijn van indirect refoulement en een schending van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van fundamentele systeemfouten in Duitsland die het interstatelijk vertrouwensbeginsel zouden doorbreken. De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken waarin dit vertrouwensbeginsel werd bevestigd. Ook het beroep op de discretionaire bevoegdheid van artikel 17 van Pro de Dublinverordening werd verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.