Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
3. De minister heeft de asielaanvraag van eiser op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser in Hongarije internationale bescherming geniet. Uit informatie van de Franse autoriteiten – als reactie op een Dublinclaim van de minister – blijkt dat eiser in Hongarije internationale bescherming geniet sinds 21 oktober 2014. Eiser heeft zowel in de aanvullingen en correcties van 6 december 2024 op het aanmeldgehoor Dublin als tijdens zijn gehoor bescherming EU, EER of Zwitserland van 11 december 2024 ook verklaard en bevestigd dat hij meerdere jaren in Hongarije is geweest en daar een verblijfsvergunning heeft gekregen die 3-4 jaar geldig was. De autoriteiten van Hongarije hebben op 30 december 2024 – naar aanleiding van een verzoek om informatie van de minister – laten weten dat eiser nog altijd internationale bescherming geniet in Hongarije. De minister stelt – samengevat weergegeven – dat eiser, gelet op die Hongaarse asielstatus, een zodanige band met Hongarije heeft dat het redelijk is dat hij daarheen terugkeert. Volgens de minister bestaat geen aanleiding om te concluderen dat ten aanzien van Hongarije in algemene zin niet mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Voorts stelt de minister zich op het standpunt dat eiser de rechten die voortvloeien uit zijn status zelf moet effectueren in Hongarije en dat hij – indien hij niet tevreden is – zijn beklag moet doen bij de autoriteiten van Hongarije. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in Hongarije in een situatie terecht zal komen die in strijd is met artikel 3 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest), aldus de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. A.A.M.J. Smulders, griffier.