Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiseres] en, V-nummers: [nummer], eiseres, [eiser] en [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Samenvatting
Procesverloop
Overwegingen
Ten aanzien van eiseres (NL25.32564)
“De rechtbank is van oordeel dat eiseres met verwijzing naar de informatie uit het AIDA-rapport onvoldoende heeft onderbouwd dat zij in Cyprus in het algemeen niet in staat kan worden geacht om haar rechten te effectueren en/of niet van haar kan worden verwacht dat zij zich hiervoor wendt tot de autoriteiten omdat dit bij voorbaat zinloos moet worden geacht. De rechtbank onderkent dat uit het AIDA-rapport blijkt dat statushouders zelf verantwoordelijk zijn voor het bemachtigen van huisvesting en dat zij van de Cypriotische overheid geen woning toegekend krijgen. Ook blijkt dat het moeilijk is om huisvesting bemachtigen, onder meer vanwege een tekort aan woningen en hoge huurprijzen. Daarnaast blijkt uit het rapport dat hoewel het mogelijk is om in aanmerking te komen voor huursubsidie, het vereist is dat de aanvrager van subsidie al in het bezit is van huisvesting. Het kan lang duren voordat een beslissing wordt genomen op de toekenning van huursubsidie. De rechtbank onderkent dat deze omstandigheden belemmeringen kunnen vormen voor eiseres om aan huisvesting te komen en deze te financieren, en betrekt hierbij de bijzonder kwetsbare positie waarin eiseres zich naar verwachting zal bevinden wanneer haar kind geboren is. Niet is echter gebleken dat de Cypriotische overheid niet bereid is om eiseres bij te staan bij voorkomende problemen. Eiseres heeft eerder in Cyprus gewoond en het mag van haar worden verwacht dat zij bij voorkomende problemen of mogelijke schendingen van haar rechten dat zij zich eerst wendt tot de (hogere) Cypriotische autoriteiten. Niet gebleken is dat de overheid van Cyprus zijn internationale verplichtingen niet nakomt en zich onverschillig toont ten aanzien van de situatie van eiseres en haar elementaire levensbehoeften.”
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep van eiseres ongegrond;
- verklaart het beroep van eiser gegrond;
- vernietigt het besluit van 17 juli 2025 gericht aan eiser, uitsluitend voor zover hierin aan eiser een terugkeerbesluit is opgelegd;
- verklaart het beroep van eiser voor het overige ongegrond;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,00.
H.J. Renders, griffier.