ECLI:NL:RBDHA:2026:2153

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
NL25.50318 (beroep) en NL25.50319 (vovo)
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 VwArt. 30b Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksuele gerichtheid

Eiser, een Oegandese nationaliteit, vroeg asiel aan op grond van zijn homoseksualiteit en de daaruit voortvloeiende problemen in zijn land. Hij legde een relaas voor over arrestatie, vervolging en de dood van zijn partner, maar verweerder achtte zijn verklaringen oppervlakkig en niet samenhangend.

Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en vond de overgelegde documenten vals of zeer waarschijnlijk niet echt. De rechtbank oordeelde dat het besluit zorgvuldig tot stand was gekomen en dat verweerder terecht de geloofwaardigheid van eisers homoseksualiteit en problemen in twijfel trok.

Eiser voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was en dat de brief van het COC zijn verhaal ondersteunde, maar de rechtbank volgde verweerder en verwierp het beroep. De voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.50318 (beroep) en NL25.50319 (voorlopige voorziening)
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [#]
(gemachtigde: mr. C.E. Stassen-Buijs),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. A.H. Noordeloos).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers asielaanvraag. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de asielaanvraag heeft mogen afwijzen
.Dit besluit is zorgvuldig tot stand gekomen en verweerder heeft eisers homoseksualiteit en de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig kunnen vinden. Ook heeft verweerder de aanvraag kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond. Het beroep is daarom ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 1 april 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 8 oktober 2025 afgewezen.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 15 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, zijn gemachtigde, [naam 1] als tolk en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Asielrelaas
3. Eiser heeft de Oegandese nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1992. Hij legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Hij heeft verklaard dat hij homoseksueel is en zich aangetrokken voelt tot mannen. Hij heeft die gevoelens altijd ingehouden, tot in 2022. Toen heeft hij [naam 2] , de buurman van zijn zus, een kus gegeven. [naam 2] heeft hier aangifte van gedaan. Eiser werd gearresteerd en kwam op borgtocht vrij. Eiser is daarop naar Abu Dhabi vertrokken om daar te werken als taxichauffeur en keerde terug naar Oeganda in 2023. In dat jaar kreeg eiser een relatie met [naam 3] . Eiser werd in december 2023 door zijn buren betrapt toen hij intiem was met [naam 3] . Zij hebben toen kunnen ontsnappen. Eiser is een maand later ingetrokken bij [naam 3] in zijn nieuwe woning. De politie is niet veel later met een truck op hun woning ingereden en heeft daarbij eiser en [naam 3] opgepakt. Onderweg is eiser ontsnapt en [naam 3] is tijdens de ontsnapping overleden. Bij terugkeer vreest eiser om gedood te worden vanwege zijn homoseksuele gerichtheid.
Het bestreden besluit
4. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en artikel 30b, eerste lid, onder c, van de Vw. Ook heeft verweerder tegen eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod uitgevaardigd. Het asielrelaas van eiser bestaat volgens verweerder uit de volgende asielmotieven:
1. identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. problemen vanwege eisers homoseksuele gerichtheid.
Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig, maar de problemen vanwege zijn homoseksuele gerichtheid niet. Eiser heeft dit asielmotief niet onderbouwd met objectieve documenten. Met alleen zijn verklaringen heeft eiser de problemen ook niet kunnen onderbouwen, omdat die verklaringen volgens verweerder geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen (artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw) en eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd (artikel 31, zesde lid, onder e, van de Vw).
4.1.
Bij het standpunt dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen schetst verweerder eerst het beleidskader uit WI 2019/17 [1] . Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser oppervlakkig, algemeen en wisselend verklaart over het proces van acceptatie. Ook betrekt verweerder dat eiser oppervlakkig, algemeen en vaag over zijn gevoelens voor mannen verklaart en dat zijn verklaringen over zijn liefdesrelaties algemeen en oppervlakkig zijn. Verder stelt verweerder zich op het standpunt dat eisers verklaringen over hoe het voor hem is dat homoseksualiteit verboden is in Oeganda oppervlakkig, summier en niet logisch zijn, dat eiser algemeen en oppervlakkig verklaart over hoe hij zich zou willen uiten als er geen regels en wetten zijn. Hierom wordt de homoseksuele gerichtheid van eiser niet geloofwaardig geacht. Ten aanzien van de door eiser overgelegde brief van de heer [naam 4] van Cocktail COC Midden-Nederland van 8 september 2025 benoemt verweerder dat het opvallend is dat de brief is opgesteld na het afwijzend voornemen van 19 augustus 2025. Daarbij stelt verweerder dat deelnemen aan discussies en activiteiten niets zegt over de intrinsieke gevoelens en emoties van een persoon. Niet valt in te zien hoe deze brief van het COC zou kunnen aantonen dat eiser homoseksueel is: iedereen kan immers deelnemen aan deze discussies en bijeenkomsten, om uiteenlopende redenen.
4.2.
Omdat verweerder eisers homoseksuele gerichtheid niet geloofwaardig acht, acht hij de problemen vanwege die homoseksuele gerichtheid ook niet geloofwaardig. Daarnaast zijn volgens verweerder de problemen ook tegenstrijdig en ongerijmd, nu de documenten die eiser heeft overgelegd om zijn problemen te onderbouwen (een overlijdensakte van zijn partner en een vrijlatingsbevel) respectievelijk vals en met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet echt bevonden zijn door Bureau Documenten. Verweerder betrekt hierbij ook dat eiser wisselend heeft verklaard over de betrapping in december 2023 en dat uit eisers reisbewegingen niet volgt dat hij de gestelde problemen heeft ondervonden en/of dat hij in de negatieve belangstelling staat of heeft gestaan van de Oegandese autoriteiten.
4.3.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd, omdat hij bewust misleidende informatie heeft verstrekt om verweerder op het verkeerde spoor te zetten. Bij dit standpunt betrekt verweerder dat eiser documenten heeft overgelegd die vals of met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet echt zijn bevonden. Verweerder werpt in dat kader ook nog tegen dat op de overlijdensakte staat dat [naam 3] is gemarteld, terwijl eiser heeft verklaard dat hij is overleden vanwege het ongeluk.
Is het bestreden besluit zorgvuldig tot stand gekomen?
5. Eiser voert aan dat het bestreden besluit niet zorgvuldig tot stand is gekomen en daarom vernietigd moet worden. Verweerder heeft in het bestreden besluit gesteld dat bij het asielmotief van eiser de woorden “en/of genderidentiteit” geschrapt mogen worden. In het voornemen is het relaas van eiser dus onjuist weergegeven. Het voornemen lijkt daarmee gebaseerd op een onjuiste lezing van het relaas en dat geeft blijk van een onzorgvuldige voorbereiding. Verder heeft verweerder onvoldoende rekening gehouden heeft met eisers referentiekader. Eiser spreekt maar eenvoudig Engels en komt uit een land waar het moeilijk is om over (homoseksuele) gevoelens te praten. Ten slotte heeft verweerder niet kenbaar getoetst aan alle thema’s genoemd in WI 2019/17. Daarmee is de manier van toetsen in het bestreden besluit op voorhand niet inzichtelijk, bevat het bestreden besluit herhalingen en laat het bijvoorbeeld het element van contact met lhbti's in Nederland en kennis van de Nederlandse situatie buiten beschouwing.
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit niet onzorgvuldig tot stand is gekomen. In het bestreden besluit heeft verweerder zelf aangegeven dat een deel van het asielmotief, namelijk ‘de problemen vanwege de genderidentiteit’ als geschrapt kan worden beschouwd. Daarmee is de fout in het voornemen, waar dit deel van het asielmotief wel is genoemd, hersteld. De rechtbank constateert verder dat in de motivering van het bestreden besluit problemen vanwege de genderidentiteit ook niet genoemd worden. De onjuistheid in het voornemen heeft dus geen gevolgen gehad voor het bestreden besluit. Er is dus geen reden om te oordelen dat de besluitvorming in zoverre onzorgvuldig is. De rechtbank overweegt verder dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met eisers referentiekader. De rechtbank wijst erop dat eiser in het aanmeldgehoor zelf heeft aangegeven dat hij het Engels beter beheerst dan zijn moedertaal Luganda, en dat hij zich het beste kan uitdrukken in het Engels. [2] Verder heeft verweerder het referentiekader van eiser in het bestreden besluit benoemd en daarbij gesteld dat eiser de middelbare school heeft afgemaakt, aan een opleiding is begonnen en in Abu Dhabi als taxichauffeur heeft gewerkt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder dan ook geen beperkingen hoeven aannemen ten aanzien van eisers vermogen om te verklaren en antwoord te geven op gestelde vragen. De rechtbank begrijpt verder eisers grond zo dat hij stelt dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is omdat de structuur van de behandeling van de thema’s in WI 2019/17 niet op dezelfde manier is gevolgd in het bestreden besluit. De rechtbank volgt hierbij het standpunt van verweerder in het bestreden besluit, dat de thema’s een richting aangeven maar niet moeten worden gezien als een ‘checklist’, nu het een individuele beoordeling betreft. De beroepsgrond slaagt niet.
Heeft verweerder de problemen vanwege homoseksuele gerichtheid ongeloofwaardig kunnen vinden?
6. Eiser betwist in zijn gronden dat zijn verklaringen over zijn homoseksuele gerichtheid en problemen vanwege zijn homoseksuele gerichtheid geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Eiser voert verder aan dat de brief van Cocktail COC niet zonder nadere motivering aan de kant geschoven mag worden, zoals verweerder doet in het bestreden besluit. De brief kan de verklaringen van eiser over zijn homoseksuele gerichtheid ondersteunen. Eiser verwijst hierbij naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Den Haag, van 2 juli 2025. [3]
Verder voert eiser aan dat hij al bij de aanvraag heeft aangegeven dat de overlijdensakte een fout bevatte waar het de doodsoorzaak betrof. Van een poging tot misleiding is dus geen sprake omdat hij zelf al had opgemerkt dat het document niet klopt. Eiser acht het verder vreemd dat er verschillende kwalificaties worden gegeven aan de echtheid van de documenten, die volgens het onderzoeksrapport van Bureau Documenten beiden qua verschijningsvorm, opmaak en afgifte zouden afwijken van het beschikbare vergelijkingsmateriaal. Dat is niet logisch en vraagt om opheldering. Eiser verwijst naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 5 november 2025. [4]
Verklaringen over homoseksuele gerichtheid en problemen vanwege zijn homoseksuele gerichtheid
6.1.
De rechtbank volgt verweerders standpunt dat eisers verklaringen over het proces van acceptatie, zijn gevoelens voor mannen, zijn liefdesrelaties, hoe het voor hem is dat homoseksualiteit verboden is in Oeganda en hoe hij zich zou willen uiten als er geen wetten en regels zouden zijn, geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen, omdat deze verklaringen, kort gezegd, oppervlakkig, vaag en algemeen zijn. De rechtbank ziet, gelezen eisers verklaringen, geen reden hierover anders te oordelen en volgt in zijn geheel de motivering van verweerder hierover in het voornemen en bestreden besluit. Voor zover eiser stelt dat hij in de correcties en aanvullingen zijn verklaringen over zijn gevoelens voor [naam 3] aanvult, volgt de rechtbank het standpunt van verweerder dat dit geen kleine correctie of aanvulling is, maar nieuwe verklaringen met betrekking tot zijn relaas. Nu eiser geen deugdelijke onderbouwing heeft gegeven waarom hij niet eerder adequaat heeft kunnen verklaren hierover, hoefde verweerder, gelet op de rechtspraak van de Afdeling, [5] de nieuwe verklaringen in de correcties en aanvullingen niet mee te nemen en heeft hij kunnen tegenwerpen dat eiser algemeen en oppervlakkig verklaart over zijn liefdesrelatie met [naam 3] .
6.2.
De rechtbank volgt verweerder ook in zijn standpunt dat eisers verklaringen over de problemen vanwege zijn homoseksuele gerichtheid geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen, omdat die problemen tegenstrijdig en ongerijmd zijn. Verweerder heeft hierbij kunnen betrekken dat de documenten die eiser heeft overgelegd ter onderbouwing van de problemen onderscheidenlijk vals en zeer waarschijnlijk niet echt bevonden zijn door Bureau Documenten. Ook heeft verweerder hierbij kunnen betrekken dat eiser wisselend heeft verklaard over de betrapping in december 2023 en dat uit eisers reisbewegingen niet volgt dat hij de gestelde problemen heeft ondervonden en/of dat hij in de negatieve belangstelling staat of heeft gestaan van de Oegandese autoriteiten.
Overgelegde brief van Cocktail COC
6.3.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de brief van Cocktail COC wel degelijk heeft betrokken in zijn besluitvorming, maar dat hij heeft geconcludeerd dat uit de brief alleen af te leiden is dat eiser deelneemt aan discussies en activiteiten. Daarmee kan deze brief volgens verweerder niet aantonen dat eiser homoseksueel is, nu iedereen kan deelnemen aan discussies en bijeenkomsten. De rechtbank kan dit standpunt van verweerder volgen.
Overlijdensakte en vrijlatingsbevel
6.4.
De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat eiser in grote lijnen als niet geloofwaardig kan worden beschouwd, omdat hij bewust misleidende informatie heeft verstrekt om verweerder op het verkeerde spoor te zetten. De rechtbank stelt hierbij eerst vast dat Bureau Documenten de overlijdensakte en het vrijlatingsbevel heeft onderzocht en heeft geconcludeerd dat deze respectievelijk vals en met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet echt zijn. De rechtbank ziet, met verweerder, geen reden om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het deskundigenoordeel van Bureau Documenten. Verweerder heeft, naar het oordeel van de rechtbank, niet hoeven nagaan hoe Bureau Documenten tot zijn conclusie is gekomen. De stelling van eiser dat er verschillende kwalificaties worden gegeven aan de echtheid van de documenten en dat dat vreemd is, volgt de rechtbank niet. Het gaat hier immers om twee verschillende, niet samenhangende documenten, die door twee los van elkaar staande instanties zijn afgegeven, en daarmee, simpel gezegd, niks met elkaar te maken hebben. Dit is anders dan in de genoemde uitspraak van de Afdeling, waarin het ene document juist ten grondslag lag aan de afgifte van het andere document, waardoor het daar wel vreemd was dat er verschillende kwalificaties werden gegeven aan de echtheid van de documenten. Verder was in die zaak – anders dan hier – ook nog een contra-expertise overgelegd om het deskundigenadvies te betwisten.
Dat eiser zou hebben verklaard dat de overlijdensakte een fout bevatte, doet ook geen afbreuk aan de omstandigheid dat deze vals is bevonden.
6.5.
De rechtbank is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat verweerder de problemen van eiser vanwege zijn homoseksuele gerichtheid niet geloofwaardig heeft hoeven vinden. De beroepsgrond slaagt niet.
Heeft verweerder de asielaanvraag van eiser kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond?
7. De rechtbank heeft hiervoor al overwogen dat zij verweerder volgt in zijn standpunt dat eiser in grote lijnen als niet geloofwaardig kan worden beschouwd, omdat hij bewust misleidende informatie heeft verstrekt om verweerder op het verkeerde spoor te zetten. Daarmee heeft verweerder de aanvraag hierom al kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder c, van de Vw. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
8. Verweerder heeft de aanvraag kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen asielvergunning krijgt.
8.1.
Met deze uitspraak is op het beroep van eiser beslist. Voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening bestaat daarom geen aanleiding meer. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daartoe daarom af.
8.2.
Voor een proceskostenvergoeding in beide zaken bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Poortier, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan, voor zover dit ziet op het beroep, een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Werkinstructie 2019/17 (Horen en beslissen in zaken waarin lhbti-gerichtheid als asielmotief is aangevoerd).
2.Verslag gehoor aanmeldfase, p. 2.
5.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 15 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3460.