Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
[gemeente],
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een werknemer die op staande voet werd ontslagen door de gemeente vanwege het afvuren van een luchtbuks op de woning van zijn buren, het bezit van verboden wapens en het aanvankelijk afleggen van een onjuiste verklaring aan de politie.
De werknemer werkte sinds 2011 voor de gemeente, eerst als zzp’er en vanaf 2017 in vaste dienst. Op 15 september 2025 loste hij een schot met een luchtbuks op het rolluik van de woning van zijn buren, waarbij het schot door het glas in de kinderkamer terechtkwam. Na een huiszoeking en verhoor gaf hij aanvankelijk een onjuiste verklaring, maar bekende later het incident.
De gemeente ontsloeg hem op staande voet wegens schending van de gedragscode, integriteit en het vertrouwen. De werknemer betwistte het ontslag en vorderde onder meer loonbetaling, billijke vergoeding en transitievergoeding. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag rechtsgeldig was vanwege de dringende reden, ook al waren de gedragingen in de privésfeer. De transitievergoeding werd toegekend op grond van redelijkheid en billijkheid, ondanks het verwijtbare handelen.
De vordering van de gemeente tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding werd afgewezen omdat zij onvoorwaardelijk had toegezegd hier geen beroep op te doen. Beide partijen werden veroordeeld in hun proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig; de werknemer krijgt een transitievergoeding van €42.183,59 bruto toegekend.