In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, uitspraak gedaan over een beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie op zijn asielaanvraag. Eiser had eerder al een procedure aangespannen, waarbij de rechtbank had bepaald dat de minister binnen zestien weken een besluit moest nemen. Indien de minister deze termijn overschreed, zou hij een dwangsom van € 100,- per dag moeten betalen, met een maximum van € 7.500,-. Eiser heeft nu een tweede beroep ingesteld omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag van 4 januari 2024. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De rechtbank legt de minister een nieuwe beslistermijn op van acht weken, te rekenen vanaf de bekendmaking van deze uitspraak. Tevens wordt de minister verplicht om een dwangsom van € 100,- per dag te betalen voor elke dag dat hij de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank heeft ook de proceskosten van eiser vastgesteld op € 467,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, en is openbaar gemaakt op rechtspraak.nl.