Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging voorlopig verblijf (mvv) bij zijn partner, welke door de minister is afgewezen omdat het huwelijk niet rechtsgeldig is volgens het recht van de staat waar het huwelijk zou zijn voltrokken. De rechtbank bevestigt deze afwijzing en verklaart het beroep ongegrond.
De rechtbank overweegt dat het huwelijk niet rechtsgeldig is omdat het niet geregistreerd is in Griekenland, waar het huwelijk zou zijn voltrokken, en eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd van een gemeenschappelijke huishouding of partnerschapsrelatie. Ook zijn er tegenstrijdigheden in de verklaringen van eiser en referente over belangrijke momenten in hun relatie.
Verder oordeelt de rechtbank dat het besluit voldoende kenbaar en toetsbaar is, ondanks het ontbreken van een handtekening, en dat het horen van eiser in bezwaar terecht is achterwege gebleven. De inschrijving van het huwelijk in de Basisregistratie Personen (BRP) weegt niet zwaarder dan het ontbreken van rechtsgeldigheid volgens buitenlands recht.
De rechtbank concludeert dat de minister terecht het bezwaar van eiser heeft afgewezen en dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.