ECLI:NL:RBDHA:2026:2509
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens ernstige vermoedens gevaar voor openbare orde ondanks bijzondere omstandigheden
Eiser, van Syrische nationaliteit, verzocht op 21 augustus 2024 om naturalisatie voor zichzelf en zijn minderjarige kinderen. Verweerder wees dit verzoek af op grond van een strafrechtelijke veroordeling van 23 mei 2022 wegens mishandeling, waarbij eiser een gevangenisstraf van 18 dagen kreeg opgelegd, waarvan 14 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De proeftijd liep tot 6 juni 2024, waardoor op het moment van het verzoek de rehabilitatietermijn van vijf jaar nog niet was verstreken.
Eiser voerde aan dat de afwijzing disproportioneel was, omdat hij zich correct had gedragen, zijn reclasseringsverplichtingen had afgerond en er geen recidiverisico bestond. Tevens stelde hij dat verweerder ten onrechte geen individuele beoordeling van het actuele gevaar had gemaakt en dat het besluit in strijd was met artikel 8 EVRM Pro en het evenredigheidsbeginsel. Ook klaagde eiser over het ontbreken van hoor en wederhoor voorafgaand aan het besluit.
De rechtbank oordeelde dat het beleid zoals neergelegd in de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap leidend is en dat de rehabilitatietermijn van vijf jaar strikt wordt toegepast. De door eiser aangevoerde omstandigheden werden niet als zodanig bijzonder aangemerkt dat van het beleid mocht worden afgeweken. De rechtbank stelde dat het belang van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid vereist dat niet snel van de regels wordt afgeweken. Verder concludeerde de rechtbank dat het besluit niet willekeurig is en geen schending van artikel 8 EVRM Pro inhoudt. Ook was er geen schending van hoor en wederhoor, omdat eiser de mogelijkheid had zijn zienswijze te geven op het voornemen tot afwijzing.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, het naturalisatieverzoek terecht afgewezen en eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard en het verzoek terecht afgewezen.