ECLI:NL:RBDHA:2026:2738
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Algerije
De minister legde op 15 september 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel. Na eerdere uitspraken over de rechtmatigheid tot 20 november 2025, beoordeelt de rechtbank nu of de maatregel sindsdien rechtmatig is.
Eiser voert aan dat het zicht op uitzetting ontbreekt omdat de lp-aanvraag bij de Algerijnse autoriteiten sinds oktober 2024 loopt zonder enige reactie, ondanks 24 rappelleringen. De minister heeft geen dossierniveau rappelleringen verricht en is niet voornemens andere uitzettingshandelingen te verrichten dan het afwachten van een reactie.
De rechtbank stelt vast dat het zicht op uitzetting in het individuele geval ontbreekt en dat de maatregel van bewaring daarom niet langer kan voortduren. Hoewel eiser onvoldoende meewerkt aan zijn identiteit, rust op de minister de verplichting om meer dan alleen afwachten te doen. De rechtbank beveelt de opheffing van de maatregel met ingang van 10 februari 2026 en kent eiser een schadevergoeding toe van €100,- voor één dag onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens worden de proceskosten van €1.868,- aan de minister opgelegd.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van reëel zicht op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn.