ECLI:NL:RBDHA:2026:2996
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling met medische klachten
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, is sinds 14 oktober 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek schriftelijk afgedaan, aangezien eiser eerder al in persoon is gehoord en geen nieuwe argumenten heeft aangevoerd.
Eiser stelde dat de bewaring disproportioneel is vanwege zijn medische problemen, waaronder vermeende PTSS en zorgmijding, en dat er onvoldoende zicht is op zijn uitzetting naar Nigeria. De rechtbank concludeert dat de medische stukken geen objectieve diagnose van PTSS of zorgmijding ondersteunen en dat eiser passende zorg ontvangt in het detentiecentrum. Ook is er voldoende zicht op uitzetting, mede doordat de minister een laissez-passer heeft aangevraagd en regelmatig contact onderhoudt met de Nigeriaanse autoriteiten.
De rechtbank overweegt dat eiser zich weigerachtig opstelt door niet mee te werken aan presentaties en vertrekgesprekken, wat het proces vertraagt. De eerder getoetste rechtmatigheid van de maatregel blijft onverminderd van kracht voor de periode na 5 januari 2026. Gezien het ontbreken van nieuwe feiten en omstandigheden wordt het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.