ECLI:NL:RBDHA:2026:3059
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf voor pleegkinderen wegens ontbreken aanvaardbare toekomst en gezinsleven
Eiseressen, twee Turkse zussen, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan om als pleegkinderen bij hun tante in Nederland te verblijven. De minister wees de aanvraag af omdat zij in Turkije een aanvaardbare toekomst hadden en er geen sprake was van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro. Na eerdere procedures en een vernietiging door de Afdeling bestuursrechtspraak, stelde de minister opnieuw dat geen aanvaardbare toekomst ontbrak en dat er geen hechte persoonlijke banden waren.
De rechtbank oordeelt dat eiseressen onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij in Turkije geen aanvaardbare toekomst hebben. Zij wonen bij hun grootouders, die nog steeds voor hen zorgen, en hun leeftijd maakt dat zij een zekere mate van zelfredzaamheid hebben. De aanwijzing van de tante als voogd door een Turkse rechter leidt niet tot een ander oordeel, mede omdat de familieleden die niet voor hen kunnen zorgen dit vooral om financiële redenen aangeven.
Verder is geen sprake van hechte persoonlijke banden tussen eiseressen en hun tante, omdat zij niet in gezinsverband samenwonen en de tante niet de primaire verzorger is. De minister heeft een belangenafweging gemaakt waarbij het belang van Nederland bij een strikt toelatingsbeleid zwaarder weegt dan het belang van eiseressen. Ook is voldoende rekening gehouden met de belangen van de kinderen en is de schrijnende situatie niet van toepassing op deze mvv-aanvraag. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de twee Turkse zussen tegen de afwijzing van hun machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.