ECLI:NL:RBDHA:2026:3089
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59a Vw
Verweerder heeft op 16 januari 2026 een maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om schadevergoeding ingediend.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 28 januari 2026 getoetst en nu beoordeeld of het voortduren van de bewaring daarna rechtmatig is. Eiser stelde dat de termijn voor een claimakkoord met de Franse autoriteiten was verstreken, waardoor voortzetting niet mogelijk zou zijn.
Verweerder heeft echter een voortgangsrapportage en een reactie ingediend waarin wordt gesteld dat de Franse autoriteiten tot 10 februari 2026 konden reageren en dat nog geen reactie was ontvangen. Tevens is een termijn van 48 uur voor verweerder om vervolgstappen te bepalen in acht genomen.
De rechtbank oordeelt dat het voortduren van de maatregel tot het sluiten van het onderzoek op 11 februari 2026 rechtmatig was en ziet geen aanleiding om de maatregel onrechtmatig te verklaren. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.