ECLI:NL:RBDHA:2026:3092
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier bij echtgenoot wegens niet voldoen aan mvv-vereiste en materiële voorwaarden
Eiseres, een Turkse onderdaan, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om bij haar Nederlandse echtgenoot te verblijven. De aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie afgewezen omdat eiseres niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet kon worden vrijgesteld van het mvv-vereiste. Tevens werd geconcludeerd dat eiseres niet voldeed aan de materiële vereisten, zoals het voeren van een gezamenlijke huishouding.
Eiseres voerde aan dat de hoorplicht was geschonden, dat bijzondere persoonlijke omstandigheden, waaronder de medische situatie van haar echtgenoot, een vrijstelling van het mvv-vereiste rechtvaardigden, en dat de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro onvolledig was. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd van bijzondere omstandigheden en dat de medische situatie niet was onderbouwd met recente stukken. Ook was niet aangetoond dat de echtgenoot niet door anderen verzorgd kon worden.
De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht had geconcludeerd dat eiseres niet voldeed aan de materiële vereisten, mede omdat zij zich niet kon inschrijven in de Basisregistratie Personen zonder verblijfsvergunning. De belangenafweging was zorgvuldig en rechtmatig, waarbij onder meer werd meegewogen dat eiseres nooit eerder rechtmatig in Nederland verbleef en dat haar banden met Turkije sterker zijn dan met Nederland.
Verder oordeelde de rechtbank dat de hoorplicht niet was geschonden omdat verweerder op voorhand kon concluderen dat de bezwaargronden niet tot een ander besluit zouden leiden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning bij echtgenoot wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.